Decennialang ging ik als dichter door het leven: eerst maudit (gedoemd) om te eindigen als taodichter, tussendoor dada. Het waren telkens ‘buitenstaanders’ die me daarop wezen.

Doorgaans gaf ik af en toe een bundel uit, telkens bij weer een andere uitgever. Ik vermeed overheidstoelagen en poëziewedstrijden. Hoewel, van die laatste heb ik er ooit twee ‘meegedaan’, in Oostende en in Holsbeek. Ik greep er mooi naast. De winnaars waren doorgaans doodbraaf, klaar om te sterven.

Anders verging het me in Nederland. Daar stuurde ik regelmatig iets in op zondagmorgen op een eenzelvige webstek. Soms won ik er goud, heel af en toe ook zilver. Naast de opmerkingen dat ik het weer eens te moeilijk had verwoord. Nochtans vermijd ik in mijn gedichten het woord desalniettemin.

In Brabant was ik ooit te gast in een tuin waar ik voor vier man en een paardenkop uit mijn werk voordroeg, op de steeds weer even harde wijze. Het aantal aanwezigen en vooral het aantal afwezigen doet er niet toe. Soms moet een mens wat.

Jaren later schreef de organisatie een wedstrijd uit wegens een zoveel jarig bestaan. Mij werd uitdrukkelijk gevraagd alsnog mee te werken. De aanwezigheid als jurylid van een bepaalde persoon, nauw verbonden met een diersoort, weerhield me ervan.

Desalniettemin vroeg de organisatie iets op te sturen ‘hors concours’ om te publiceren in een gelegenheidsverjaardagbundel. Ik bracht het betreffende thema in het zoekvenster in op mijn webstek en selecteerde er een gedicht uit, dat ik opstuurde. Fluitje van een cent. Het werd stiekem en naamloos alsnog aan de jury voorgelegd en kreeg een nominatie.

Hier is duidelijk concurrentie met God aangegaan. Zijn wegen zijn niet langer als enige ondoordringbaar.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.