De omgeving niet alleen, ook het gebouw. Het is winter, de lucht is grijs. Geen geladen grijs vol ijs en sneeuw. Een vervelend grijs.

Er hangt een vrij dichte mist die de hele omgeving in het grijs dompelt. Er rijden weinig auto’s, die hoe dan ook aan het oog onttrokken worden door de mist.

Ze zijn met hun tweeën de enige voetgangers. Ze zijn uit hun auto gestapt en stappen in de richting van een laag gebouw van twee verdiepingen. Zo werden vroeger de huizen, kantoren en saloons gebouwd. Dit gebouw ziet er echter uit als een doos. De post brengt quasi moderne architectuur voort.

Ze betreden het gebouw via een lichtgrijze glazen deur. De buitenmuren zijn muisgrijs. Een man in grijs streepjespak ontvangt hen in een grijze inkomhal waar een eveneens grijs meubel het onthaal voorstelt.

Op een toon tussen fluisteren en kluisteren hoor je de man mompelen: ‘We mogen de hoop niet opgeven, zeker nu de financiën er zo heel slecht voor staan’.

De geheime vergadering van de Wereldbank over de Verenigde Staten, Rusland en Israël, op het randje van het bankroet, zal zo dadelijk beginnen.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.