In deze beroerde tijden waarin recht voor de raap en uit de onderbuik schering en zelfs inslag zijn, zijn zelfs in- en uitgezeten personen in staat een telefoongesprek als volgt af te sluiten: ‘Ik moet je hierbij laten. Ik moet dringend naar het toilet.’

Mijn vrouw, want zij is het aan gene kant van de telefoon, krijgt het dan danig op haar heupen en voelt zich tekort gedaan. Lang bleef dit ongenoegen onder de radar. Ze wou niet beledigen.

Toch kwam het ter sprake, niet aan de telefoon. De betrokken persoon, zo bleek, was zich van geen kwaad bewust, geheel en al doortrokken van het huidig tijdgewricht. Ik vroeg haar of ze wist hoe de Britten zich uit de voeten maken. Nee, dus. Die vragen gewoon waar ze hun handen kunnen wassen. Al dan niet dringend. Aaim sjoer, man. Het is nu in spanning en met volle blaas afwachten om te zien of ze de pointe heeft gesnapt.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.