Binnen enkele dagen trekken we de bergen in. Zonder het circus van Jeroen Bosch. Een uitgestreken zinderend schilderij zal meer aan de orde zijn. Jarenlang is er sprake van deze tocht en toch kwam het er niet van.

Door een administratieve leemte zijn we nu verplicht de bergen in te trekken. We houden een vreugdevolle troep. Ja, de weg kennen we nog, al is die voor een stuk vernieuwd.

Anderzijds begrijp ik die weerhoudendheid. Meestal keert haast niemand zomaar graag terug naar zijn of haar geboorteplek. Ofwel ben je daar blijven wonen ofwel zocht je het geluk elders. In voorliggend geval is zo goed als niemand in de bergen blijven wonen. Haast allen verkozen de vlucht.

Zelf ben ik onlangs teruggekeerd naar mijn geboorteplek om een oom te begraven. Het deed pijn. Ik heb die plek nooit willen verlaten. Mijn ouders waren verplicht de plaat te poetsen en elders te heropbouwen. Daar spraken ze nooit over. Ik heb het pas heel wat later begrepen.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.