Hoe kan een landschap anders dan liederlijk zijn, sinds schilders zich er mee hebben ingelaten? De schepper en de schilder.

Al was dat niet meteen de vraag toen de visser vers aas aan de haak stak en het geheel, lijn, lood en haak, ver van zich af in het water liet terechtkomen met een zachte plons.

Hier gaat niets terzijde noch verloren. Vrij vlug voelde hij de lijn zich spannen. Hij gaf er een harde ruk aan en begon de lijn aan de hand van de molen binnen te halen. Het bleek loos alarm maar het aas was wel verdwenen.

De ontwikkeling van de derde wereld lag veraf.

 

Met vers aas en verse moed begon hij opnieuw. Gooide het geheel nog verder weg. Ontspande zich. Weer was daar het landschap. Alsof hij schilderde. Aan zijn vinger voelde hij de lijn. Soms spannen, dan weer ontspannen. Bijten deden ze niet.

 

Regelmatig haalde hij de lijn binnen om te zien of het aas er nog zat aan de haak. Het bleef duren maar dat stoorde hem niet. Hier geen prestatiedruk. Hij dommelde wat weg toen de lijn met een ruk strak trok. Hij rukte op zijn beurt en draaide aan de molen. Hij had beet.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.