Mijn vrouwen ben ik niet trouw gebleven. Ik heb er verschillende gekend. Mijn hond ben ik trouw gebleven. Een Ierse setter, een jachthond dus, langharig, spitse neus, hij heette Shannon. Ik had hem in Brussel overgenomen van mensen die in te kleine flat woonden waar hij verkeerde manieren leerde.

 

Zo ging hij in de auto vooraan naast de chauffeur zitten. Moest hij bij mij niet proberen. Hij had het snel afgeleerd. Verder had hij schrik voor stromend water in een beek. Toen ik die schrik overwonnen had, wou hij niet meer weg uit de beek. Zijn instinct kwam terug.

 

’s Morgens stond hij steevast voor de deur. Ik opende ze en hij deed zijn ronde in het dorp. Altijd was hij op tijd terug. Nooit heb ik mijn trein gemist.

 

Ik leidde hem op voor de jacht. Maandenlang en met succes. Een jager uit het dorp vroeg of hij hem mocht lenen.

 

Ik heb het dorp, mijn vrouw en de hond verlaten. De hond heeft de scheiding niet overleefd. Hij is gek geworden. Kinderen hebben hem getekend op de schoolmuur. Nooit heb ik een andere hond genomen.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.