KutBinnenlanders.nl

Dag: 16 juni 2014

Gent

 Gent

Zachte G’s in mijn mond vol tanden

rottend in dit vlakke land

Dichter bij goot, op losse handen

springend uit een lekke band

Want ik raak beschonken, nimmer dronken

werk me armer op dit loon

Erin gestonken, noodlot beklonken

als ik nooit meer in die hemel woon.

Want op die afdeling genoeg verveling

stegen stinkend naar ambrozijn

Nectar koopt men daar van de heling

van fietsen die daar gestolen zijn

De mensen slecht, de misdaad echt

en door de Roomse kliek snel schoon

Ik raak nog in moeilijkheid terecht

als ik nooit meer in die hemel woon.

Oh Gent!

U bent de Brinta-krent

uit alle papjes in dit vals heelal

Gekend door Ford en Arthur Dent

vervloekt in zangerig gelal, oh Gent!

Ik ben gestrand in ’t paradijs

sinds lang bevriend met een aardig heden

Maar ik smacht naar grijs en ’t romig ijs

van een voor mij zo levend verleden

Mijn jeugd die deugt, me nog steeds heugt

en slechts daar meugt en werd beloond

Zelf kon ik dit lied niet schrijven

omdat ik niet meer in die hemel woon

Ik zal een vreemde in dit leven blijven

tot ik weer in die hemel woon.

.

 

© 2022 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑