Er is weer iemand dood. Als er iemand doodgaat, springt het volk in actie. Dan hebben opeens heel veel mensen die persoon nog gekend of ontmoet. En altijd bewonderd. Talloze mensen klimmen in hun pennen. Overal lees je inspirerende stukken over de persoon. En natuurlijk had die persoon iets heel belangrijks te zeggen. Over hoe we bijvoorbeeld met onze wereld, of elkaar omspringen. En nu hij dood is, is het hoog tijd dat we er naar luisteren. Roepen de mensen. Misschien zelfs wel twee dagen lang, en dan keert de waan van de dag terug. Zoals elke keer.
Ik ben in zo’n geval vaker verrast dat de persoon in kwestie nog lééfde. Vaak gaat het om een man of vrouw die in obscuriteit weggezakt is. Soms om iemand die later als een cultfiguur beschouwd raakte. Maar iemand die blijkbaar al die tijd wel interessante en belangrwekkende dingen te zeggen had. Maar zoals in een ander dik boek dat ik moest lezen toen ik klein was: blijkbaar moet er echt iemand sterven voordat de mensen naar hem luisteren. En dan weet ik nog niet of je het wel luisteren mag noemen. Zo zijn er bepaalde acteurs en presentatoren, die, als maar de helft van de gestorven mensen die ze goed gekend zeggen te hebben, eigenlijk het leeuwendeel van hun tijd in die vriendschappen gestoken moeten hebben. In dat geval snap ik wel waarom ze zelf zo weinig bereikt hebben: ze zaten constant bij jan en alleman te ouwebeppen.
Loom ligt, in de tuin, mijn kat in de zon. Dat loom, dat is schijn. Een argeloos voorbijzoemende vlieg heeft ze met één sprong te pakken. En uiteindelijk wordt die verorberd. De overige vliegen gaan gewoon door met hun leven. Zo goed kenden ze de dode vlieg niet.


Reactietjes