Met vuurrode pluimen in hun haar rukken ze over de heuvels op. De legendarische Jamaarho’s. Een meute. Een grote meute. Hun ogen lezen bloed. Schuimende mondhoeken. Ze jakkeren hun stokpaarden aan en razen op hun doel af.
Hun doel is een argeloze boekverkoopster. Trillend van angst ziet ze de meute op zich afstormen. Haar weerloze opvatting in haar armen geklemd. Ze moet kapot. Ze mag die opvatting niet hebben. Alle opvattingen in dit gebied zijn van de Jamaarho’s. Een volstrekt niet uitgestorven volk, als je ze hoofdelijk telt.
Zodra de boekverkoopster met de grond gelijk is gemaakt, keren de paarden. In mythische stofwolken gehuld stormt de meute weer weg. Er valt vast nog ergens iemand met een opvatting te scalperen. Het is een trots volk, de Jamaarho’s. Een heel trots volk.


Geef een reactie