Vannacht schreeuwde er een man in een van de huizen buiten mijn tuinhek. Hij schreeuwde en schreeuwde. Het was eigenlijk meer een brullen. Het klonk kwaad. Ik woon zo bizar rustig in dit huisje dat ik amper flarden hoorde. Enkel dát er geschreeuwd werd.
Het ging zeker een uur of drie door. Ik had natuurlijk kunnen gaan luisteren of kijken waar het geschreeuw over ging. Dat was interessanter voor het verhaal geweest. Het publiek heeft graag aanvullende informatie als je over een schreeuwende man begint te vertellen. Maar ik ben niet gaan luisteren. Ik heb schijt aan mijn publiek.
Eerlijk gezegd interesseerde het me ook niet zo. Er zijn mensen die bij alles wat er gebeurt, het fijne ervan moeten weten. Als een nieuwe overbuurman een omgebouwde lijkenwagen rijdt, bijvoorbeeld. Of als er zes ambulances door je straat razen. Of als er hard geschreeuwd wordt in hun wijk ’s nachts. Ik niet. Ik heb mijn kat op schoot en geniet van de stilte tussen de onverstaanbare flarden. Ik woon hier echt fijn. Potverdorie.


Geef een reactie