Verder zag hij niets goeds voor zich. Wat, nog jaren aangepraat worden welke producten hij nu weer nodig moest hebben die hij vijf minuten geleden volstrekt niet behoefde ? Of nog wat hormonale roering in zijn bloed over nog meer vrouwen die zijn pad zouden kruisen en die stuk voor stuk teleur zouden stellen want desillusie stelt nooit teleur en hij had niet meer het gevoel dat er nog iets aan hem geschikt zou zijn voor een ander om een leven mee te delen. Of wat te denken van nog een hoeveelheid volstrekt incompetente regeringen geformeerd te zien worden. Of nietsbetekenende bioscoopreleases die hem maandenlang zouden toeschreeuwen. Of  het vooruitzicht van ongetwijfeld nog méér vrijheden die hem en zijn medeburgers afgenomen zouden en die iedereen zich weer lijdzaam zonder slag of stoot zou laten afpikken. Of hoe plezier en sociaal gedrag nóg meer zich naar enkel het digitale zouden verplaatsen. Hoe de radio nóg inhoudslozere kutnummers dag in dag uit, maandenlang door zijn strot zouden proberen te duwen in heilige overtuiging dat na honderdduizend keer horen het wel goed moést klinken in iedereens oren.

Hoe meer hij nadacht, hoe meer van dit soort gedachten door elkaar begonnen te schreeuwen en hoe minder zin hij had zelfs de volgende dág nog op te staan. Zelfs nog een úúr door te gaan. Zelfs nog een minúút. Wist hij zeker dat hij dood wou ? Het alternatief was doorleven in deze wereld en dat wou hij echt, tot in het diepste van zijn ziel niet meer.

Was het dan allemaal begonnen uit maatschappelijke onvrede ? Nee, het kwam uit het niets, met spagetti op schoot. En al die dingen die hem nu zo woedend tegenschreeuwden, frustreerden, die had hij eigenlijk nooit storend gevonden. Hij ging altijd met plezier meermalen naar de bioscoop, discussieerde graag over politiek, en genoot altijd van mooie vrouwen. Wat was er toch in hem gezeild, wat is hem toch overkomen ?

Gefrustreerd klauwde Diederik aan zijn haar. Had hij een of andere zenuwinzinking of zo ? Hij veegde driftig de glassplinters van zijn overhemd en stapte de kamer terug in. Daar lagen drie stoelen in de hoek gesmeten, één kapot. Een ingelijste foto lag in een andere hoek in gruzelementen. Hij probeerde te ademen maar het bleef maar in golven en golven over hem heen razen en hij wou schreeuwen, slaan, schoppen, hakken, tot alles rood zag, tot alles kookte, tot alles ontplofte in een gloeiend oranjerode lavahitte en daarna misschien eindelijk eens zou kalmeren.

De buren hadden hun TV zacht gezet. Als je bij normale burgers op iets aankunt, is het de voorkeur voor conflictontwijkend gedrag wel. Verstandig wel, dat ze niet kwamen kloppen over geluidsoverlast. De buurman was bijna twee meter en stevig gespierd maar Diederik stond hier stijf van adrenaline en kolkende agressie. HOE, schreeuwde zijn hoofd, HOE, HOE, HOE kunnen die fucking miljoenen andere kutburgers in dit kloteland zo klakkeloos wél in deze wereld willen blijven leven ? Hoe had hij het volgehouden ? De zinloosheid. De tijdverspilling. De lege, pijnlijk holle en stil echo’ende illusie van inhoud die het aan alle kanten maar blijft beloven maar die nooit bezorgt. In plaats daarvan weer een krant op de mat vol berichten die je bang moeten maken. Weer een lekke band. Weer dingen die mensen wel verwachten dat je voor hen kan doen. Weer rekeningen die je zo snel mogelijk dient te betalen. Weer hondepoep onder je schoenen. De kleinste stomme, ogenschijnlijk lichte dingen die elke dag uiteindelijk volledig ondraagbaar zwaar kunnen maken. Hoe hield een mens dit toch in vredesnaam vol ?

Hij was het liefst vanavond gewoon gegaan. Zonder poespas. Een touw en een balk. Een mes. Een set treinrails. Een broodrooster en een badkuip. Het had hem niet cliché genoeg kunnen zijn, hij had vanavond willen gaan. Maar hij wist dat hij iets beloofd had, en zolang hij nog leefde was hij toch meestal een man van zijn woord. Dus. Het zou op de manier van Stan en Alain gaan gebeuren. Maar hoelang hij ermee akkoord zou gaan, zou nog maar moeten blijken. Dat beetnemen van internetbieders zinde hem weinig. Geld deed hem niets meer. Hij wou gewoon zo snel mogelijk aan zijn einde komen. Hij wou hier vanaf. Van die verdom – hij pakte een koffiemok en smeet hem aan gruzels – de – een longdrink glas erachteraan – klote – een theeschoteltje spatte uiteen – zooi !

René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en ex-kattenpapa van een Gentse ex-terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !