Lang leve de duurste steuntrekkers van ons land! De koninklijke familie heeft het behaagd om een bezoekje te brengen aan Dordrecht. Dit jaar geen ezeltjeprik, spijkerpoepen, toiletpotsmijten, koekhappen, volksdansen of Oud-Hollandse ambachten. Een oude maar moderne stad heeft zich gepresenteerd aan Max en Lex. Uiteraard stond een enorme mensenmassa uitzinnig te zwaaien naar dit adelijke zooitje ongeregeld en zij zwaaiden beschaafd neplachend terug.
Ergens heeft het wel wat treurigs, het halve land doorreizen in je bespottelijke oranje carnavalskloffie om je in een stad bij een heleboel anderen te voegen die eveneens uit een sociale werkplaats lijken te zijn ontsnapt, om naar een groepje kakkers te gaan staan zwaaien die je louter kent uit de media en die dit hele onzincircus gelaten over zich heen laten komen omdat het nu eenmaal de vurige wens is van het gepeupel; althans een deel hiervan.
Maar de festiviteiten beperken zich niet tot de stad welke wordt aangedaan door het koninklijke gajus. In elke stad, in elk dorp en elk gehucht is er wel iets georganiseerd. Vaak een rommelmarkt met allerlei muffige bestofte rotzooi uitgestald op kleedjes op het trottoir waar exorbitant hoge prijzen voor worden gevraagd. Dit alles vergezeld met de nodige rommelmarktmuziek (lees: Nederlandstalige schlagers, levensliederen en ander luide bombastische herrie) van een aantal b-artiesten. De hele dag is het één groot feest. Kinderen die ziek worden door een overdosis aan suiker, ouders die schijtziek worden door het gejengel van hun zieke/vermoeide kinderen en uiteraard de geheel ‘(on)verwachte’ tegenvallende verkopen. Maar wat je niet verkoopt laat je toch gewoon daar liggen? Zo verschaf je ook weer werk aan de mensen van de gemeentelijke vuilophaaldienst anders zitten die ook maar duimen te draaien.
Maar aan alles komt een einde; gelukkig maar.
dezelfde

Ontkleed
Ik
ontkleed mijzelf
scheur de stugge
olifantshuid los
en onthul
een boetekleed
dat me strak
omhult
De stoute schoenen
pasten me ook
als geschonken
zonder glazen
muiltje
Ik grijns naar
de naakte zon
op mijn geklede ziel
en doe een
halvezolenhuppel
Phönen

Nog vijf
Opgegroeid
Toen je nog
over straat dartelde
met een ballon
trots
in je klauwen
De wereld kon
niet mooier
want
een ballon !
Door het raam
onder het TL-licht
zie je jezelf
lopen
Terwijl iemand
je belt
dat hij een
mailtje heeft
gestuurd.
burgerlijk

Zorgeloos
Zweven in stilstand
omdat je anker gedompeld is
in vluchtig ongeloof
Zoevend langs wolken
die drijven zonder drang
water dat een tourke zet
Dat blauw is verdorie
ook al niet eens blauw, maar
zinsbegoocheling
En daar, verderop
waren laatst nog
mijn zorgen loos.
Begin
het start met loslaten
– of werd ik geduwd ?
vallen, en
– jezelf wijsmaken dat je vliegt
vooral ergens héén
– zoete illusie dat je weet wat je doet
Greep ik nog ?
– werd ik losgepulkt ?
Achter gesloten deuren
lacht, luidruchtig en vol leven,
wie ik net nog was.
– Wie van ons had de sleutel ?
Mijn nagels scheuren
elke dag
wat verder af.
Plamuur
Haar varkensoogjes
heeft ze kunstig
uitgelijnd tot het
ergens op leek
Haar smalle lippen
ondergingen een
fors gesubsidieerde
wegverbreding
Ook de rest van
de renovatiepremie
ging op aan dikke
chemische plamuur
Onder haar ranke brauw
zijn emotionele
rolluiken
aangebracht
En haar vlecht
oogt als iets dat
teveel manuren
gekost heeft
Maar dan
barst de plamuur
Waar ze zelfverzekerd
achter schuil ging:
Ze wordt verraden
door, zowaar
een authentieke lach!
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑


Reactietjes