Wat ik ook denk, hoeveel ik ook bijtank
Ik voel me zelden alsof ik het wel haal
De maand, de nacht, het blijft een ver verhaal
tot ik aankom, pas dan is het gedaan..
Dat heeft iemand met een baan natuurlijk ook weleens
Van steen tot steen, springend over de rivier
En dat er maar genoeg stenen zijn, dat het pad niet ophoudt
dat de deur daar nog op een kier…
Het is allemaal gedoe rond de tijd die nog niet is
Elke dag een nieuwe dag, je wordt het soms wel moe
En dan is het geschiedenis en een afgerond verhaal
dat ik mezelf vertel naar bedje toe.
Een nieuw gezicht, een verse bui
zonnestraal die nog niet eerder was
een volle trein die leegloopt in een stad
Nieuwe targets, geld verdiend
een blinde die opeens kan zien
en zijn weg moet vinden op dat onbekende pad.
(refr.)
De lucht hangt vol van rondtastende handen
Je kunt soms meer zien in een bekende nacht
waarin je niet om je heen hoeft te kijken
om aan de overkant te landen
waarop de landing net zo zacht…
(refr.)
De tijd die nog niet was
Kijk uit
In het landschap beweegt een wolk. Waar sta ik dan? Boven het landschap beweegt een wolk. En nu? Zo even zat ik nog boven de wolken. Boven het landschap de wolken. Ik ben gesprongen, gecontroleerd gevallen. Zodat in het landschap een wolk beweegt. Ik lig hier goed.
Hoe zou je zelf zijn? Zou je ook gesprongen zijn? Of zou je schrik hebben? Dan zat je nog daarboven, heel even, tot het vliegtuig zijn koers definitief verlaat en met een rotvaart neerstort. Dat is pas schrikken. Doodschrikken.
Je ziet, het is kiezen tussen twee schrikken.
Boven het landschap bewoog ik daarnet nog en viel in een dwarrelvaart naar beneden.
De dag door
Ik greep de dag vast op de motor
en reed met haar de tijd door
We reden samen van acht naar vijf
en via 15.00 uur terug
We kwamen overal die ochtend
afstand gedeeld door tijd
Soms zo langzaam dat de tijd vloog
door de blauwe lucht.
We tarten de zwaartekracht
We tarten de wetten van ruimte, schuin door het hart
Op gevoel via ruimte en tijd naar de start
en samen door de eenzaamheid.
Ik stopte bij het begin halverwege
We deden wat broodjes met een wolkje melk
We keken toe, terwijl het getij achteruit ging
en toosten op elkaar met een kelk
Ik haalde ver weg dichtbij, warm in mijn armen
schopte de horizon voor ons uit
Op verkenning vooruit naar achter het zicht
en maakte ons dat gewaar achteruit.
(refr.)
‘S middags na de avondmaaltijd
vond ik het tijd, het was echt het einde
voor dat zalige eerste bakje met troost
de wijzers terug om achter de nacht te verdwijnen
Avonturen in de avonduren
We haalden het midden maar net
De dag gaf extra gas, zodat we terug konden keren naar bed
volgende eergisteren, vers gezet.
(refr.)
Kantoorwerk
We kunnen het beperken tot een ontwerp. Dat stoppen we dan in een lade en wachten af. We houden deze samenvatting netjes geklasseerd bij en slaan het bestaan ervan in ons geheugen op.
Tien jaar of meer later hebben we het verwerkt in een werknota die aanleiding gaf tot onze herstructurering.
Ik bedoel maar: je weet nooit.
Waartoe iets kan dienen. Je besluit gewoon het te doen. Een oefening. Op een dag baart oefening kunst. Heb ik nu uit de biecht geklapt? Ach.
Enkel sneeuwvlokken zijn gerechtigd omhoog te vallen. De man die vroeg voormelde samenvatting te maken, goed voor enkele weken werk, was naar China getrokken. Toen hij terugkwam trouwde hij met zijn lief en bouwde stilaan een loopbaan uit.
Hij hoedde zich er angstvallig voor omhoog te vallen. Hij klom.
Nooit genoeg
Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat
tollen mijn gedachten in alle hoeken
tot ik focus, tot ik zie
waar sommige mensen hun leven lang naar zoeken.
Maar het is nooit genoeg
Ik pluk de zaadjes uit de lucht
Mijn voedsel voor de ziel
wapens tegen de klucht
van mijn achilleshiel
Vrezen dat het altijd blijft
dat uitvinden van het wiel
Steeds opnieuw, steeds weer moeten
vinden waar ik voor kniel.
Als vogels die de hele dag
voedsel moeten verzamelen
moet ik zoeken naar die glimlach
dat beschijnen door de zon van al het schamele.
(refr.)
Depressie ligt steeds op de loer
Ik moet mezelf aan het goede herinneren
dat sombere, zwakke dat me dreigt te vloeren
Elke dag weer opnieuw beginnen.
(refr.)
Een zeg, een zucht, een mening
In niets lijkt hij op een pipo. Kan je van een mens een blauwdruk maken? Als het kon, zou je alles van hem of haar behalve een pipo te zien krijgen. Waarschijnlijk lacht hij nauwelijks om zichzelf. Hij lijkt vooral verslaafd aan zijn eigen mening. ‘Zie je, politiek en handel zijn twee handen op een buit. Een pot nat.’
Ik merk op dat handel niet meteen en geheel vanzelf gelijk staat met marketing. Dat marketing sterker liegt dan politiek.
‘Je begrijpt me verkeerd’, oppert hij. Dat hoor je vaak bij die gratuite meningen, dat ze verkeerd begrepen worden, terwijl deze pipo gewoon niet wil begrijpen wat ik bedoel. ‘Handel en politiek belazeren ons allebei.’ Ik mag dan wel tegenwerpen dat hij als consulent toch beter weet, maar dat wil hij niet weten.
Zonder dat ik het hem zeg daalt zijn waarde als consulent zienderogen. ‘Buiten uw kennisgebied steekt u liever geen kennis op en volstaan holle clichés’, zei ik nog.
‘Tja, elk zijn mening toch’. Een dooddoener om af te sluiten.
‘Nou, tja, wat valt u daar mager uit’.
Instekend gezelschap
‘Verdienstelijk door diensten te verhuren’. Zo vertelt hij en omschrijft hij zijn activiteit. We zitten aan een tafel in een weinig bezocht café. Het bier is er uitstekend. Het dorp ligt tussen polder en haven.
‘Ik zoek voornamelijk diensten te verhuren in de haven. Ik verleen ze niet, nee, al lijkt het er soms op. In feite is hij een mensenhandelaar in mannen en vrouwen. Mannen om met vrachtwagens te rijden en te zeulen, vrouwen om te neuken. Makelaar, zou hij zichzelf ook durven noemen.
Hij woont in dit dorp in een nieuw gebouwde kleine villa die het midden houdt tussen een opgefriste arbeiderswoning en een burgerhuis.
‘Ik wil niet opvallen. Discretie is mijn handelsmerk, onzichtbaarheid mijn insteek’.
Het leven dat ik wilde
Ik leef gescheiden van het leven dat ik wilde
Ik spreek haar af en toe, ze wenst me succes
met het leven dat ik nu heb
Nodigt volgens haar niet uit tot het allerbeste…
Zij flierefluit en lacht me regelmatig uit
als ik met het mijne toch af en toe reik naar meer
Daarvoor is jouw leven ongeschikt, pest ze
Daarvoor heb jij te weinig macht
Jouw leven heeft te weinig kracht
En ook ook nog eens elke keer.
Ik leef gescheiden van het leven dat ik wilde…
Ik weet niet waarom zij niet met mij wil gaan
Waarschijnlijk toch dat ze niet op me valt
Ik heb het verkeerde uiterlijk
en mijn lichaamsgeur noodt haar niet uit
Ik heb niet eens een Porsche
of een Rembrandt die haar echt bevalt.
(refr.)
Als ze op bezoek komt, klaagt ze desalniettemin
dat ze het alleen zijn toch stilaan beu is
dat ze jaloers is op de vrienden die ik al wel heb
de liedjes die ik schrijf, waarvan één haar steeds opnieuw weer bijblijft
Dan zit ze weer te huilen, oh, de tranen die ze dept
Liever samen dan het leven dat ik wilde voor de heb….
(refr.)
Einde van het Bourgondisch tijdperk
Het Nederlands koningshuis is Frans en komt uit Orange in Frankrijk. ‘Hebben we meteen vertaald, weet je wel. Oranje dus’. Toch is het aantal Nederlanders dat Frans spreekt en/of leest bedroevend laag. Smal draagvlak.
Het Belgisch koningshuis is Duits, uit Saksen-Coburg. De Duitstalige gemeenschap is de kleinste in België. Smal draagvlak.
De Bourgondische cultuur staat of valt met de mosterd, die uit Dijon uiteraard. Domme Bourgondische boeren hielden op met de kweek van zwartemosterdplanten. Vonden ze te veel plaats innemen en te weinig opbrengen. Dom, o dom. ‘Die laten we dan maar doen in Canada. Dan kopen we ze daar’. En juist daar is de oogst mislukt. Zonder mosterd uit Dijon houdt Bourgondië op te bestaan. De invasie van de gele of oranje mosterd kan beginnen. Alsof het daar in Dijon Moldavië is.
Loodgieterij
Hoewel veel zaken tot het geheim van het onderzoek behoren, lekt er soms iets uit. Soms krijgt de zaak daardoor de ‘juiste’ wending.
Verklikken is het eigenlijk of uit de biecht klappen. Een loodgieter erbij halen om het lek te dichten heeft geen zin, is overbodig. Het kwaad is onherstelbaar geschied.
Een lek wordt meestal zorgvuldig voorbereid in een achterkamer, nooit bij het koffieapparaat. Met gesloten deuren. In afwezigheid van het slachtoffer. Wat daar gebeurt is iets wat Kafka voor ogen stond.
Hoewel inmiddels zowat overal camera’s hangen en microfoons snel en veilig worden ‘ingelegd’ of ‘ingezet’, wordt ons zelden een kijk gegund op de achterkamer waar een lek wordt voorbereid. Zelfs als ik er ooit zou bij betrokken geweest zijn, zou ik zwijgen. Echt fris is het allemaal niet. Gesloten deuren, gesloten ramen. Ademnood.
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑


Reactietjes