Het leven in een universiteitstad na gedane studies is nogal wereldvreemd. De hier bedoelde had vol ijver onderhandelingen gevoerd met een boekhandelaar om op zolder geen kolder maar wel gedichten en dichters te brengen. Of omgekeerd.
Het ging om een middelkleine stad waar geruchten zich vlug verspreidden via de tamtam. Het nieuws dat er dus op zolder dichters kwamen voordragen bereikte een pas ontslagen universitair onderzoeker. Hij verzocht zijn vriend, een ontslagnemend universitair onderzoeker op weg naar een loopbaan in het theater, contact op te nemen met de betrokken organisator teneinde hem tot bij hem te krijgen.
Het zijn geplogenheden die achterhaald zijn, inmiddels, door de sociale media. En kijk, er kwam wat voetenwerk aan te pas zodat er een wandeling van de een naar de ander aan te pas kwam. De man in kwestie bleek in een behoorlijk burgerhuis te wonen en had een hoofd dat elke schilder of tekenaar naar het potlood zou doen grijpen. Hoewel hij nog jong was, zag zijn hoofd er rijp uit. Hij sprak de landstaal als geen ander. Later zou hij zichzelf ‘bekakt’ noemen, omdat inmiddels het streektalige het overwicht kreeg op de landstaal.
Hij ontving zijn gast op gepaste wijze. En ja, hij pleegde al eens een gedicht of schreef een stukje. En of daarvoor plaats was op die zolder. Eigenlijk niet, zo zou blijken, daar deze man nog niets gepubliceerd had en er dus niets aan te bieden viel in de onderliggende boekhandel.
Desalniettemin zouden ze elkaar nog vaak ontmoeten. De man was net geslaagd voor het journalistenexamen van de nationale omroep. Hij zou er carrière maken als treurbuisverslaggever in de Wetstraat. De ander zou in diezelfde straat de communicatie ondersteunen.
Hij werd daarnaast ook schrijver van zowel gedichten als dikkere boeken over actuele en geschiedkundige onderwerpen. Hij werd succesrijk met een enkel boek en kon zich zo terugtrekken uit de treurbuisverslaggeving en van zijn pen leven.
Mochten er lezers zijn die hem herkennen, ja, hij is het.

Geef een reactie