‘Nooit laat ik me X noemen? Of Y. Noch Fisher Z.’ De man lag languit op de sofa bij de zielenknijper. Hoewel het hier een ‘colloque singulier’ betreft, een gesprek tussen arts en patiënt, zoals tussen een minister en de koning, en tot het medisch geheim behoort, veroorloof ik me.

‘Ik ben nu eenmaal spion en opereer onder verschillende namen. Die mag ik niet onthullen, ook hier niet. Ik heb er wel last van. Ik weet amper nog wie ik ben.’

De arts heeft dit geheim geschonden kort na de aanslag die het leven van zijn patiënt heeft gekost. Naast deze onthulling, beschrijft de arts nog andere, waaronder huiveringwekkende seksuele fantasmes. ‘Die zijn hier dagelijkse kost’, aldus de arts, die half anoniem verblijft achter zijn pseudoniem, Lodewijk Zielens.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.