‘Nooit laat ik me X noemen? Of Y. Noch Fisher Z.’ De man lag languit op de sofa bij de zielenknijper. Hoewel het hier een ‘colloque singulier’ betreft, een gesprek tussen arts en patiënt, zoals tussen een minister en de koning, en tot het medisch geheim behoort, veroorloof ik me.
‘Ik ben nu eenmaal spion en opereer onder verschillende namen. Die mag ik niet onthullen, ook hier niet. Ik heb er wel last van. Ik weet amper nog wie ik ben.’
De arts heeft dit geheim geschonden kort na de aanslag die het leven van zijn patiënt heeft gekost. Naast deze onthulling, beschrijft de arts nog andere, waaronder huiveringwekkende seksuele fantasmes. ‘Die zijn hier dagelijkse kost’, aldus de arts, die half anoniem verblijft achter zijn pseudoniem, Lodewijk Zielens.


Geef een reactie