Want achter de hoge bergen, in de hoge want, ligt nog steeds verborgen het land van Azilal.

 

Op vrij korte tijd waren we op onze bestemming, in de bergen. Na een uur ter plaatse was onze zaak rond, zij het nog niet geregeld. We besloten door te stoten tot het land achter de bergen. Zowat zestig kilometer verder vonden we de belendende stad.

 

Middagpauze in een restaurant. Er zaten twee tafels vol ambtenaren. Het was weekdag en marktdag. Er heerste aldus een vrolijke drukte.

 

De terugweg reden we ook door de bergen, zij het langs een andere weg, langsheen een stuwmeer, waar het water zeer laag bij de grond stond. Het zou drie jaar lang hard moeten regenen op de normale tijden van het jaar om het water weer op peil te krijgen.

 

Dit bedrukte ons in enige mate. In de late namiddag waren we thuis.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.