Ik ben bassist in een bandje. Ik ben geen bassist in een bandje. Ik speel geen echt instrument. Dat doet geen van de leden van het bandje. Ik ben een luchtbassist. We hebben een luchtsaxofonist, een luchtgitarist, een luchtdrummer en een luchtpianist.
Ons nietbandje heet De Pomp. We spelen exclusief in grote musea in het land. Middenin de zaal. De musea geven de voorkeur aan onze act omdat we stil kunnen zijn. Ook onze zang is stil, we trekken flink van leer met monden open en stembanden dicht. Soms vergeet een van ons zijn mobiel op stil te zetten, dan krijgen we heel verstoorde blikken van de museumbezoekers, maar over het algemeen gaat onze act prima geruisloos.
Dan is plots onze luchtdrummer zijn luchtdrumstick kwijt. Ik gebaar dat hij gerust mag verderdrummen met een van mijn luchtplektrums, maar dat vind hij dan weer niet echt genoeg. De luchtgitarist gebaart dat hij zich aanstelt. De luchtdrummer pleegt een voor musea nogal ongepast gebaar. We discussiëren in gebarentaal en met wijd openklappende monden, maar nog altijd zonder geluid. De Pomp zal zich niet laten kennen, ook niet in tijden van creatieve onenigheid.
De luchtsaxofonist heeft niets in de gaten en speelt loeizacht door.


Geef een reactie