De woorden zijn vlug vandaag. Ze schieten voorbij. Het is het weer. Weer en woorden zijn altijd al een goede combinatie geweest. Ze voelen zich in hun element, kortom.
Ik wacht geduldig af in mijn schuilplaats. Een half oog open. Klauwen gereed. Elk woord dat dichtbij genoeg komt, is de mijne. Ook vandaag zal ik een voorraad vangen. Ik zal niet verhongeren.
Een klein woordje is net te traag. Gezwind grits ik het woord op. Het woordje moet eraan. En al snel voeg ik het woordje bij mijn verdere woordenschat. Met vervaarlijke roofdierogen leg ik één voor één de woorden in mijn mond.


Geef een reactie