MOMENT EEN

Krols kijkt de kitten me glazig aan. Een haast kinderlijk gemrieuw laat ze horen terwijl ze haar achterste tegen mijn stoel wrijft, staart in een scherpe slag naar haar zij gebogen. Enerzijds is ze erg frequent en erg lang per keer krols, anderzijds doorstaat haar krolsheid de vergelijking met gemiddelde tot ergere gevallen amper. Ze is aandoenlijk hormonaal, zullen we maar stellen. Ik schud een dubbele lading kattezand in haar bak en zet extra brokken en water neer. Beest gaat zo’n 24 uur alleen zijn, immers. Net nu. Ze kijkt me wantrouwig aan, opeens. Weg is de krolse trance. Papa gaat weg. Nooit weet ze echt zeker wanneer ik weer terugkeer, al is het langste dat ik haar zonder ander toezicht alleen heb gelaten nog geen 36 uur geweest. Verbaasd en licht verwijtend staart ze me na terwijl ik de deur achter me sluit. Waarschijnlijk hoopt ze dat ik binnen het uur terug ben. Ik merk dat ik het ergens tegen beter weten in ook hoop. Zware voeten slepen zich plichtmatig naar de bushalte.

MOMENT TWEE

De meewarige ogen van de loketbediende staarden me vragend aan. Ik herkende hem, hij mij niet. Nochtans hebben we elkaar vaak gezien de afgelopen twee jaar. “Ik heb een retourticket naar Amsterdam nodig,” verduidelijkte ik. “Voordeelticket of jonger dan 26 jaar ?” vraagt hij routineus, net als iedere eerdere keer. “ Ik schud het hoofd, met schijnbare spijt schudt hij zijn hoofd mee. Ik mompel nog iets van “er zal ook wel weer geen toevallige aanbieding zijn” waarop hij bromt “ma neen meneer, als u ouder bent als 26,” waarop ik me schuldig voelde dat ik mijn huidige semirespectabele leeftijd had bereikt. “En in het weekend is het goedkoper he,” waarop ik maar antwoordde “tsja, ik moet er vanavond zijn… sorry.” Een ik kan er ook niks aan doen-toon sloop in mijn stem. “En u weet zéker dat u morgen terugkeert ? Want tegenwoordig zijn die tickets nog maar twee dagen geldig hè,” vertelde hij me opnieuw wat ik al eerder van zijn lippen had gehoord. “Ik weet zeker dat ik morgen terugkeer,” benadrukte ik stellig. Daar kon alvast geen twijfel over bestaan. Maar ook écht geen.

MOMENT DRIE

De zandloper van de Moerdijkbrug is gepasseerd. Spoedig worden de gebouwen naast de rails hoekiger, blokkiger, kouder, de graffiti harder, de commerciële pandopschriften lawaaieriger, de flatgebouwen groter en de flatjes kleiner. De trein perst zich vol met mensen die zich in afwisselende overmaat aan smakeloosheid kleden en die luider en luider praten. Een stil gemis overvalt me. Is dit vooruitgang ? Gaat ook het zuiden en het verdere zuiden uiteindelijk deze kant op ? Ik besef me dat ik dit telkens opnieuw, bij iedere reis, overweeg. Het verschil is dat ik het ditmaal eens opschrijf.
En mijn god, wat ogen en klinken en kijken de mensen lelijk. Nul instinct voor klasse. Keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer vergeet ik dat. Ik zou het op mijn hand moeten tattoëren.

MOMENT VIER

Hotelkamer. Nog anderhalf uur tot het Blogbal. Een zucht, een blik bier. Ach, hoe erg kan het zijn ? Famous last words.

René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en ex-kattenpapa van een Gentse ex-terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !