Ze opende haar bitse, middelbare leeftijd-mond, dezelfde die duidelijk zweeg over alles in haar leven dat haar duidelijk niet beviel, en stak van wal in mijn richting: “Meneer, u weet toch hopelijk wel dat in de reisvoorwaarden van de NS duidelijk staat aangegeven…” – nee, wacht, ik begin bij het begin. Over fietsen, België, Nederland en de NS. Want ik het was me ineens weer duidelijk.. maar ik loop vooruit.

De langdurigere lezers onder u weten het wellicht nog: ik was een tijdje ‘Nachtburgemeester’ in Tilburg. Tijdens die hele periode werd ik ondersteund door een trouwe, geweldige fiets – en ik bedoel héle want de tweewieler werd aangeschaft op notabene de dag van de inauguratie – en ‘Scalpel Wheels’, zoals ik het beestje begon te noemen, is bij me gebleven tot zes dagen nadat zij en ik door een auto geschept werden in het nachtelijk donker. Ik kwam weg met een schier onherstelbaar beschadigde vingerknokkel, het fietsje met een euro-meiertje aan reparatiekosten, en zes dagen later werd-em in het duister gepikt. In mijn troosteloze sentiment gaf ik over aan het bewust naïeve briefjes-ophangen, waarbij bij het laatste briefje ik een jonger broertje uit dezelfde historische zijpaden van Batavus in een tweedehands-winkeletalage zag en direct aanschafte. En aldus reed ik nog lang en tevreden rond op ‘Scalpel Wheels II’. Tot mijn zotte beslissing om naar Gent te verhuizen. Daar zijn goede en slechte dingen uit voortgekomen, voor mijzelf, en het verhaal is still ongoing. Maar het werd me duidelijk dat het semi-museumstukje SWII niet gedijde op de slechte fietspaden, casseien en andere typisch Vlaamse omstandigheden. Eenvoudig gezegd: hij trok het wel, maar rammelde eigenlijk zoetjesaan uit elkaar. En zoals gezegd, het is toch een pronkstukje waar ik heel blij mee ben dus ‘m vroegtijdig aan de schroothandelaar moeten toevertrouwen is mij geen optie. Ik nam dan ook de beslissing, aangezien ik toch nog altijd werkeloos ben en dus (helaas) nogal de tijd heb, de fiets terug naar het Tilburgse te transplanteren en een ATB’tje van aldaar naar hier te halen. En hernia of niet, (of een zenuwinfectie, weet men nog niet en is hier niet relevant), fietsen gaat nog best goed en ik wou al jaren weer eens een lange afstand fietsen. Dus het leek me wel keistoer om met het ATB’tje héén, en SWdeux terug te fietsen. Een zot plan van voor tot achter uiteraard, maar in mijn mannelijke trots en uit pure frustratie dat ik niet eens een straat kan uitlopen zonder ondersteunende wandelstok, besloot ik dat het toch echt wel zo moest gaan. Dus trok ik dinsdag héén, op het ATB’tje. Ik had echter twee relevante vrouwen uit mijn leven, te weten mijn moeder en mijn vriendin, beloofd alsnog de trein te pakken als het niet meer ging, en met zware tegenwind en brede bandjes gaf ik het na 50 km op. Ik was via een touristische omweg in Roosendaal beland, dus dat trof. Het toeval wou dat ik nog geen twee minuten op het perron zat met de fiets, of een hoosbui brak los. Veilig arriveerden ik en de All Terrain Tweewielert op de Gentse fietspaden en rammelden naar zijn nieuwe thuis verder.

De dag erop (ik ben niet helemáál zot) stond de terugweg gepland. Prachtig fietsweer, en bij helaas uitblijven van fietsvriendelijke ANWB-bordjes (ge weet wel, die wij ‘ollanders wél hebben en die dan altijd bij de cruciale afslag die ge had moeten nemen niét staan of er staan er dan zjust twee met volstrekt tegenovergestelde richtingen aangegeven) ben ik maar, wederom touristisch, langs de Schelde afgezwalkt. Voor wie het namelijk niet weet (ik was zelf vóór die fietstocht een van u), in Gent komt de Schelde samen met de Leie en de Schelde komt dan feitelijk helemaal vanaf Antwerpen af. Dus de Schelde volgen in de juiste vertrekrichting is een redelijke garantie om in Antwerp te belanden. Touristisch, en vér, vér om, toegegeven, maar het was goed weer, het museumstukje had er zin in, en na nog geen viereneenhalfuur rolde ik Antwerpen, en daarmee het einde van een 70km lange fietstocht, binnen. Nu is het zo met die hernia-of-wat-het-ook-is, dat ik vooral pijn heb bij lopen of stilstaan. Fietsen gaat prima. Bijna vijf uur op de fiets ? Geen centje pijn. Drie minuten voor het loket wachten om een kaartje te kopen ? Probleem. Dus ik week direct uit naar ‘loket 12, in de andere hal’ toen duidelijk gemaakt werd dat daar ook voor de Benelux kaartjes gesleten werden en er waarschijnlijk veel minder volk zou zijn. Enkele anderen met bestemming ‘Olland vormden met mij de rij, en we schrokken op van een stationbediende die ons kwam vragen of we naar Nederland gingen. Het ergste vrezend – wat, negatief reisadvies omdat de zwijngriep nu defintief te hard om zich heen heeft gegrepen of zo ? Staat heel het Noorderburenland in de hens ? Zijn de dijken gebroken ? – knikten we maar ja, waarop hij ons zeer behulpzaam en zichtbaar embarassed wees op dat de eerstvolgende trein, die van 16:00, uit zou vallen en we dus een uur langer onszelf op het station zouden moeten vermaken. Nu klinkt dit voor de KutBinnenlander-die-nog-niet-in-Belgique-gewoond-heeft wellicht bizar, maar ik heb al veel mogen proeven van de behulpzaamheid en het serviceniveau van uw Zuiderburen en het verraste mij dus iets minder erg. Ik mag dat wel, aan dit land. (Op de rit naar Gent de dag ervoor ben ik ook uiterst lief behandeld door het Vlaamse treinpersoneel behandeld, die mij hielpen mijn fiets op de daartoe bestemde plek te stallen en mij zelfs eerste klas lieten zitten omdat dat dichter bij die stalplek was. Service !)

Een mooie gelegenheid om de innerlijke mens met een puntzak fritten te versterken, wat alvast wat van de tijd wegsnoepte, waarna ik met de lift naar het juiste perron vertrok en aldaar wachtte op de een uur later vertrekkende volgende trein. Het was, na uren fietsen, natuurlijk wél lang wachten, maar enfin, de trein kwam dan toch. Ik stalde, na een brullend commentaar van de ‘Ollandse conducteur, mijn bolide in de daartoe bestemde coupé, en reed door naar Roosendaal. Daar strompelde ik met ’t fietsje door naar het andere perron, waar na 20 minuten de aansluiting naar Tilburg en dus het einde van mijn tweedaagse Stomme Plan arriveerde. Mind you, ik was dus inmiddels al bijna twee uur later aldaar dan mijn bedoeling was geweest, maar het zij de treinmaatschappij vergeven, kan gebeuren. Wat er daarna gebeurde echter gewoon niet. De trein arriveert. Acht dubbeldeks coupés op z’n minst. Drie man en een eierkoek stapt in, verder geheel leeg. Ik sjouw mijn fiets in een fietsvriendelijk stukje coupé en ga zitten wachten tot de trein gaat vertrekken. Een conductrice zoals ik die in jarenlang commuten in KutBinnenlandië talloze heb gezien, loopt voorbij, en kijkt mij plots zeer, zeer bits aan. This is where you came in. Ze briest nog net niet dat: “… ik toch hopelijk wel weet dat tijdens spitsuren, dus tussen half vijf en zes uur, fietsen niet toegestaan zijn in de trein. Dat is het regelement, meneer.” Ik staar haar ongelovig aan. De trein zou om tien voor zes vertrekken. En nogmaals, geen hond in de trein. Etten-Leur zou ook nog wel meer dan tien minuten duren. Maar het mocht niet baten, ik werd streng de trein uit gedirigeerd, fiets en pijnlijk been en al, en gesommeerd een half uur voor jan met de korte achternaam op het perron verder te wachten. Waarna ik me in een stampensvolle trein mocht persen en iedereen fors in de weg zat met de tweewieler. En opeens wist ik het weer: Ik was in Nederland.

 
René van Densen
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !