How I miss
How I miss
Just
Dancing in
The rain
Now I
Undercover
And wish
Everyone
Away
I don’t know
Where to go
How to get
Me back
So I just
Undercover
And try to
Fade to black
How I miss
How I miss
Just
Dancing in
The rain
Now I
Undercover
And wish
Everyone
Away
I don’t know
Where to go
How to get
Me back
So I just
Undercover
And try to
Fade to black

Maandagochtend maakt weer geen gezicht blij
Want getrokken uit een bepaalde kleur klei
Dus we kudden in drommen
Op de treinperronnen
Participeerde de maatschappij maar in mij
We zijn dan maar weer herbegonnen
Ik ga toch naar turntoestel neigen
Daar helpt zelfs geen Tinder meer tegen
zij had met compost nog compassie
Just one more like, and I will
Dit had ook per e-mail gekunnen
Dat zag ze tenminste op Tiktok
De dokter heeft ook niks gevonden
De week is weer bijna voorbij
Ik kan er zo echt niet meer tegen
Maar kun je niet simpelweg zwijgen
Ik heb toch een knuffel gewonnen.
Hoewel er enerzijds de stad Brugge bestaat en daarnaast het stadje Damme, gekend van zijn boekenmarkt, bestaat er geen stad of dorp met de naam Dambrugge.
Wel een straat. In Antwerpen. Een zijstraat van de Carnotstraat. Ooit een wat verwaarloosde straat, groezelig, is het nu de meest kosmopolitische buurt van ’t Stad. Er lopen geel-, zwart- en bleekhuiden rond. Er zijn vier telefoonwinkels, twee of meer kappers, een oude echte Belgische taverne, een reisbureau en, sinds lang, een piepgezellig café met de welluidend naam ‘Le Poète’ (de dichter).
Toen ik nog in Antwerpen woonde ging ik er soms zitten en schrijven. Iemand moet toch le poète belichamen. De zaakvoerder toen was een Algerijn.
Nu is het een Burundees. Het ziet er nog altijd gezellig uit, minder groezelig. Het bestaat nog.
(eigen foto)

Een Caroline van der Plas
Was geen boerin die ze nooit was
Ze verkoopt graag haar ziel
Voor een loze boerenkiel
En wie weet wie ze daarvoor nog was.
I will see you in another life, when we are both cats… Sobertrist performs ‘Estrangers’ up close and personal. Live @studiojackology in a matrix near you…
recorded @ Monumento per un poeta morto/Finestra sul mare, Fiumara d’ Arte (Sicilia)
Ik weeg donker
Maar in het duister zweef ik
En, bij regen: slaap.
Ik schrijf mijn ultra korte kortverhalen in een schrift met vulpen. Dat heet schrijven. Op een toetsenbord tikken heet tikken. Ik vul mijn vulpen met inkt uit een inktpot. Geen plastieken inktbuisjes. Een inktpot is nog altijd van glas.
Jarenlang schreef ik met inkt van het merk Mont Blanc. Decennia later nog altijd leesbaar in handschrift. De laatste jaren bleek het merk nog moeilijk te vinden. Ik behielp met inkt van een ander merk, merkelijk minder van kwaliteit. Verbleekt na vijf jaar.
Onlangs vond ik mijn lievelingsinkt bij …. mijn horlogehandelaar. Eerdaags is mijn andere inkt opgebruikt. Daarom heb ik gisteren mijn drie vulpennen een grondige kuisbeurt gegeven. Ik schakel immers over van blauwe naar zwarte inkt.
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑
Reactietjes