Wakker man (voor een vrolijk folk-arrangement)
Hoe het gaat? Ach, je weet wel hoe het ging
Ik ben wakker vandaag en je weet, dat is een bijzonder lelijk ding
Ik kijk om me heen en droom van de slaap
Maar een ongeluk komt nooit alleen
want ik geeuw naast het feit dat ik ook gaap.
Ik ben een wakker, een wakker, wakker
Ik ben opnieuw een wakker man
Het lichaam had de gore moed me wakker te maken vandaag
Wakker, wakker, wakker man
Meer dan de gemiddelde mens ooit aankan
Arme, arme stakker, ,man!
Het begon een uur geleden; ik deed mijn ogen open
Eerste fout, ja, ik weet het
Daarna wreef ik ook nog eens de korsten uit mijn ogen
Tot slot stond ik, op, ach, derde fout,
en, ja, ik heb alles tegen, rekte me uit in al dit goud
Ja, dat is pas voer voor psychologen!!
(refr.)
Ik vrees dat ik het nimmer af zal leren; wakker worden
Ben zo stikjaloers op jullie: hoe ontwijken jullie toch die horde?
Wakker worden, wakker zijn: er is toch geen ergere pijn?
Hé, wordt eens wakker en vertel me hoe dat gaat
Kunt mij de weg vertellen naar die slaap, meneer?
Nee, ik laat niet af voor het mij te rusten laat, mijn heer!
(refr.)
Wakker man
Sluier
‘Als je te maken krijgt met versluierende woorden, zorg je er best voor dat je stem niet raspt.’
‘Neem me niet kwalijk. Volstaat een soeplepel olijfolie?’
‘Nou, wie weet. Zou best kunnen.’
‘Ik kan ze ook laten uitspreken door een ander persoon met een beter gevooisde stem.’
‘Ja, waarom niet’.
Zo zitten ze samen, twee mensen van en aan de poëzie, net als twee geheim agenten.
Een bank in het park.
Dicht tegen me aan
Het is geen weer voor buiten
Geen weer voor met de deuren slaan
Geen weer voor de bikini
En zelfs verborgen is de maan
Het regent pijpenstelen, lieve
schuif aan en vertel me liefde
Beter weer treft een mens niet
dan voor dicht tegen me aan.
Het is geen weer voor aan de arbeid
Geen weer voor nog een kans verdaan
Geen weer voor ‘En daar komt dat schot!’
En zeker niet voor buitenspel staan
Kom van het veld en op naar huis
En geef elkaar de surprise aan
van dicht tegen me aan.
Het is vandaag een dag voor morgen
Voor leven in de bloemen-bos
die ik je dan morgen zou bezorgen
nog voor het krieken van de weerhaan
Hoogste tijd voor muziek en haard
Voor zingen en het witte paard
Het Spaanse graan mag de orkaan doorstaan
Maar eerst eens lekker ….
mond vol mooie witte tanden
kom eens dicht tegen me aan!
Ik ben om en kijk je broedend aan
Je lacht erom, maar je voelt het ook wel aan
bij het schudden van de kussens
het dekbed vers en wij ertussen
en daarna knus een zoen erbij
Het haalt je de koekoek, niet voorbij gaan
aan eerst een uurtje lekker
dicht tegen me aan…
Zeg es eerlijk, kun je zoiets weerstaan?
Iets als regen
alles tegen
maar als troost
dicht tegen me aan
dichter tegen een dichter aan
Dicht tegen me aan
En dicht tegen je aan…
Geen pleinvrees
Een man steekt een plein over. Eerst keek hij naar links. Nu kijkt hij omhoog, naar een toren. Hij staat er echt stil van.
Toch raakt hij los en stapt dra zonder dralen een zijstraat in. De huizen staan er dicht tegen elkaar aangebouwd, dulden geen torens, nauwelijks een straatje. Hier bevindt zich het café zo uniek literair te zijn.
Een dichter zingt er heel vals het beste werkstuk van zichzelf, dat eindigt met een onaffe, alleszeggende regel: alles wat niet geschreven staat.
Het laat niemand onberoerd en ieder in verbazing achter.
Sofie

Zoutloos lonkt de eenzaat
Er heerst pandemie. De herbergen zijn dicht. Mannen liggen op de zetel voor de treurbuis bier uit blik te drinken en laten hun vrouwen op hun honger.
Deze gaan dan stiekem elektronepgesprekjes voeren op sites bedoeld om afspraakjes te maken om van bil te gaan.
Zelden komen ze ervan.
Buiten verkneukelt het virus zich in zoveel uitzichtloze eenzaamheid.
Sektarisch

Plecht
Het plechtige viel zo van me af. Dat heb je als je als naakte manspersoon voldaan naast je dito vrouwspersoon ligt.
Zelfs in de ogenblikken ervoor. De kleine dood gebood weinig plechtigheid, tenzij op de eerste dag, die van de bruiloft.
Als daar dan een kind uit voorkomt, gedragen we ons alweer plechtig.
Tot de dood ons scheidt. Dan kan het niet plechtig genoeg.
Tot het plecht behoren steevast bloemen. We zeggen het met bloemen, daar waar woorden tekort schieten. Al wordt menig plechtig woord gezegd en uitgesproken.
Doch nu valt dat alsnog allemaal even weg en trekken we ons terug in de bijslaap.
Wijsheid / Ellende

Koning fiets
Een landweg ligt er vlak bij, elders, verder weg van hier, kan hij steil oplopen.
Een man fietst over de landweg. Het is misschien half vier in de namiddag. Er fietsen nog weinig mensen.
Net voorbij een boom staat een jonge vrouw te liften. Meer dan drie kwartier staat ze er en geen enkele wagen is voorbij gereden.
De fietser houdt halt. Ze neemt plaats in amazonezit op de bagagedrager. Zo rijden ze samen de tien kilometer naar de stad.
Of is het een dorp?
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑


Reactietjes