Ik slenter om sigaretten want het leven is zwaar. Dit is de derde keer vandaag dat ik naar dit sigarettenzaakje ga. Alletwee eerdere keren was het gesloten. Ik ben hardleers. Bovendien ben ik nieuw in de wijk en wil de kortste weg naar mijn verslaving kennen.
De winkeldeur blijkt open. Een mannetje van minstens vijfentachtig staat achter de toonbank. Krom. Haren in alle hoeken van zijn gezicht behalve op zijn hoofd. Rozijntjes in een stapel snijvlees, meer zijn zijn oogjes niet.
Ik vraag om mijn sigarettenmerk. Hij kauwt op zijn mondvlees en beweegt niet. Ik beweeg voorzichtig met mijn hoofd, in de hoop zijn aandacht te trekken. Hij kauwt op zijn mondvlees en beweegt niet.
Ik kijk even de zaak rond of er iemand anders is, maar ik moet het hiermee doen. Uiteindelijk veranderen we beiden in zoutpilaren.


Geef een reactie