Sinds iets meer dan een jaar hebben we een nieuwe overbuur, een warme bakker. Hij heeft naam gemaakt en heeft wereldwijde ambitie.

Op een dag betrapte ik hem aan het stuur van een oude, pistachekleurige VW kever met dubbele achterraam.’Van mijn vrouw’, zei hij. ‘Ze is verzot op oude auto’s’.

 

Op een braak terrein in de straat rechtsaf staan altijd wagens geparkeerd. Op een dag stond daar, in behoorlijk goede staat, een Citroën 2 PK bestelwagen. Een wonder en een ware uitdaging. Nu blijkt onze overbuurman die gekocht te hebben voor zijn nieuwste dada: een koffie- en theekamer, die hij opgetrokken heeft in een voormalig restaurant twee huizen naast de bakkerij. Het zit er altijd vol. De naam van die cafetaria is netjes geschilderd op die 2 PK.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.