We lazen over de wilde tuin. We vonden het in het wilde weg op het wereldwijde web. In de Wilde Tuin kwamen we alsnog Geert niet tegen. De herberg was nochtans open en het seizoen bloeide welig.

            De een dronk een thee van verveine of ijzerkruid, tegen het hoesten en het roesten, de ander een amber bier. Slechts hier of daar zat een enkeling koffie te drinken. De temperatuur bedroeg meer dan vijfendertig graden. Celsius wel te verstaan.

Op de vraag waarom hij wegbleef uit zijn eigen tuin, antwoordde Wilde Geert: ‘Ik heb daar niets verloren, dus ook niets te zoeken’.

Na Jean-Jacques Rousseau verwacht je van een Wilde geen ander antwoord meer. Of heeft Rousseau zich vergist?

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.