Zou ik het schrijven? Het is even geleden. Zit het lijden er nu op?

Zou ik het durven denken?

Aan het kruispunt naar rechts loop ik me stuk tegen de heraanleg van het volgende kruispunt. Dat wordt omgevormd tot een kruispunt voor fietsers. Auto’s niet langer toegelaten. Die worden weggeknipt.

Het is regenachtig. Ik draag mijn Bugatti, regenjas van Italiaanse snit, en mijn hoed. Een vrouw werkt zich over en door de obstakels die de werf moeten afschermen van verkeer, van auto’s over fietsen tot voetgangers. ‘Ze maken het niet makkelijk’, zeg ik. De vrouw haalt een oortje uit haar oor, ik herhaal. ‘Nee, helemaal niet. Het is een koers met hindernissen. U lijkt wel een detective.’

‘Vroeger rookte ik bovendien nog pijp’.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.