1971:
Stach: ‘Hallo. Ik wil koning worden.’
Ambtenaar: ‘Heeft u legitimatie?’
Stach: ‘Ja, kijk maar.’
Ambtenaar: ‘Ik zie dat u zeventien bent.’
Stach: ‘Ja, en wat dan nog?’
Ambtenaar: ‘Dan heeft u toestemming nodig van uw ouders.’
Stach: ‘Allebei dood.’
Ambtenaar: ‘Toch heeft u toestemming van ze nodig.’
Stach: ‘Maar hoe…? Oké, dan spring ik wel even van de Toren. Wacht effe. Zo terug. ‘
(‘Even’ later)
Stach: ‘Sorry, ik moet even op adem komen. Ah, komt ie weer. Hier: toestemming. In drievoud. Van mijn Drieëenheid: vader, moeder, inspiratie. ‘
Ambtenaar: ‘Hmm. Ja, in orde.
Majesteit, zal ik even een kopje koffie voor u halen? Uw voeten kussen? Uw achterste tongen?
Nee?
Brave koning!
Ik ga weer even verder met mijn werk. Roept u maar als u mij nodig hebt…
(Brave koning. Iets te braaf…)
Ja, volgende!
Meneer Terlouw?
Maar…
U was toch nog niet aan dit verhaal beg…?
Nee, laat u maar. U zegt?
U wilt koning worden? Ja, ik vrees dat…
Wie? Die jongeman daar.
Welke jongeman, zegt u?
(Wacht, misschien is er toch nog een mouw aan te…)
Vraagje, meneer Terlouw. Welke eisen stelt u aan koningschap…?


Geef een reactie