Acht maanden al zaten ze samen om een ploeg te vormen. Geen veldrijden, geen wegwielersport, geen voetbal maar een bestuursploeg, wat men gemeenlijk een regering noemt, hoewel in Nederland zoiets een kabinet heet.
Een man van kleine gestalte met een grote mond, Slagmulders, wou de hele tijd met kop en schouders boven de andere uitsteken. Hij vond zichzelf uitstekend en zong altijd hetzelfde liedje: ‘Ik heb gewonnen’. Hij was verkozen, ja. De voorzitter van de vergadering echter had ook gewonnen. ‘Ik ook’, was zijn repliek. Die volstond niet.
De kleine Slagmulders had zelfs iemand uit de tweede lijn bedreigd.
Wanneer is het dan toch gebeurd?
Er zullen allicht verschillende versies de ronde doen, temeer omdat de verlossende woorden niet werden opgetekend in de notulen. Zo schrijf je dus geschiedenis, door niet te schrijven.
Slagmulders sprong alweer op zijn stoel, de vergadering zat in de laatste rechte lijn, en riep: ‘Dat wil ik niet. En ja, ik heb gewonnen!’.
Eindelijk vond de voorzitter de juiste woorden: ‘Et alors?’
Slagmulders verliet briesend de kamer, kwam na ongeveer tien minuten terug en tekende.


Reactietjes