Hij mag dan extra wezen:
De dag verwarmt me niet
Wachten tot ieder overgaat
Praten veel, zeggen weinig
Met name in de ochtend
Waarom zijn regenwolken grappig
Tot je er tussen staat
Vraagteken
Limerick eindregels (3)
We drinken er dan nog maar eentje
En volgende keer maar een blauwe
Zo stond het althans in de folder
Zo ben je wel heel rap beneden
But right now I can’t sing a good one
Hier zul je je vrienden wel vinden
De tiende keer had ik toch bingo
Hij stuurt je de groeten uit Moskou
Een traktor in je zwembad vinden
Oh was ik maar binnen gebleven
Dan zijn het nog wel mooie kleuren
Nochtans geen salade van maken
Gevat
Gerben Karstens gold in de jaren zeventig als de lolbroek van het wielerpeloton
Ooit reed hij in een bergetappe minuten voorop, het geel in zijn vizier, maar de gevatte renner werd gevat
Undercover
How I miss
How I miss
Just
Dancing in
The rain
Now I
Undercover
And wish
Everyone
Away
I don’t know
Where to go
How to get
Me back
So I just
Undercover
And try to
Fade to black
Stalkt u mij

Perronvloekje
Maandagochtend maakt weer geen gezicht blij
Want getrokken uit een bepaalde kleur klei
Dus we kudden in drommen
Op de treinperronnen
Participeerde de maatschappij maar in mij
Vegetarische kannibaal
Limerick eindregels (2)
We zijn dan maar weer herbegonnen
Ik ga toch naar turntoestel neigen
Daar helpt zelfs geen Tinder meer tegen
zij had met compost nog compassie
Just one more like, and I will
Dit had ook per e-mail gekunnen
Dat zag ze tenminste op Tiktok
De dokter heeft ook niks gevonden
De week is weer bijna voorbij
Ik kan er zo echt niet meer tegen
Maar kun je niet simpelweg zwijgen
Ik heb toch een knuffel gewonnen.
Dambrugge
Hoewel er enerzijds de stad Brugge bestaat en daarnaast het stadje Damme, gekend van zijn boekenmarkt, bestaat er geen stad of dorp met de naam Dambrugge.
Wel een straat. In Antwerpen. Een zijstraat van de Carnotstraat. Ooit een wat verwaarloosde straat, groezelig, is het nu de meest kosmopolitische buurt van ’t Stad. Er lopen geel-, zwart- en bleekhuiden rond. Er zijn vier telefoonwinkels, twee of meer kappers, een oude echte Belgische taverne, een reisbureau en, sinds lang, een piepgezellig café met de welluidend naam ‘Le Poète’ (de dichter).
Toen ik nog in Antwerpen woonde ging ik er soms zitten en schrijven. Iemand moet toch le poète belichamen. De zaakvoerder toen was een Algerijn.
Nu is het een Burundees. Het ziet er nog altijd gezellig uit, minder groezelig. Het bestaat nog.
(eigen foto)

Caroline
Een Caroline van der Plas
Was geen boerin die ze nooit was
Ze verkoopt graag haar ziel
Voor een loze boerenkiel
En wie weet wie ze daarvoor nog was.
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑


Reactietjes