Wilders: Wil iemand van ons hem nog hebben?

“Wat mijn moeder zei…”

Door Moordkuil

Waar zijn de bodyguards?
Geert Wilders schudt het hoofd droef. Met matte stem: “Krijg ik niet meer betaald van Vadertje Staat…”

Waarom niet?
“Elke dàg één of twéé in het ziekenhuis geslagen! Dan krijg je dat, zeggen ze. Mijn ziekenfonds dekte dat op den duur niet meer. Ook wel een beetje eigen schuld, zeggen ze! Ja, ik heb dat voorstel zèlf weg laten stemmen, is hun verweer  Ik kan bodyguards toch ook niet zelf financieren?! Zeker niet sinds de huidige premier mijn toelage heeft bevroren. Schànde!
En in deze tijd….
Nou ja, u begrijpt dat ik dat niet kan betalen.”

Hoe komt u dan nu naar uw werk?
Schudt het hoofd. “Links en rechts kwìnkslagen uitdelen. Kun je dat geloven?! Vriendelijk glimlachen naar mijn vijanden. Leuke dìngen zeggen! Mooi weer spelen en aardige dingen over mijn medemensen zeggen. Ik mõèt tegenwoordig wel.”

Wilders zucht diep en vervolgt:
“En ondertussen slinkt de partij maar verder en verder. (verheft zijn stem) Zelfs mijn grootste fans, de arbeiders met islamieten als buren stemmen niet eens meer op mij! Zijn gaan nádenken voor ze iets roepen! Soms zelfs aan het denken gezet over vluchtelingen. Linksdraaiend tuig! Zien ineens het relatieve ervan in. Denken dus ook niet meer aan léúke dingetjes,  zoals de atoombom op Syrië gooien en vergaande martelingen van de links-draaienden.
Echt,dat zou zou zó’n hoop schélen tegen de Tsunami!
Watjes!”

Waarom schreeuwt u?
“Kun je mij die watjes even aangeven? Wátjes! Mijn neus begint weer te bloeden. Ook zo’n issue…”

Issue of tissue? Oh, u gaat weer hete hangijzers opgooien. Spannend! Vertel.
“Nee, doe ik niet meer. Ik doelde natuurlijk op het feit dat niemand meer doet alsof zijn neus bloedt. Zelfs ìk krijg het niet meer voor elkaar. ( zucht) Ik mis…”

U mist? Oh wacht, ik vul u even aan. U hoeft echt niet alles te duiden, hoor. Wij van de Telegraaf vullen de rest wel in voor u. U mist iets, dingen… Die nooit gebeurde tijden van weleer, toch? Tijden waarin er geen problemen waren. Waarin alles eenvoudiger was en iedereen netjes deed wat goed was voor de gemeenschap. Ja. Waarin een dorpse mentaliteit gold, zelfs in grote steden. En waarin iedereen nog gewoon blank en conservatief was en stemde. Waarin de armen niet in opstand kwamen tegen de uitzuigers. Tegen afzetterij door winkels en multinationals. Waarin de kerk en de werkgevers de wet bepaalden zonder tegensputteren van werknemers en gelovigen. Waarin het basisinkomen geen schijn van kans had, zelfs nog niet bestond. Waarin auto’s nog op benzine reden en waarin ouderen, zieken, psychiatrisch patiënten en gehandicapten nog gewoon stierven als dat van ze verlangd werd. Waarin je als rechtgeaarde klootzak nog gewoon ….
“Ho ho ho. Houdt u alstublieft op! Dat is hélemáál niet wat ik wilde zeggen! Wel LUISTEREN, hè?!”

Hé hé, rustig aan. Ik vul alleen maar aan wat u denkt. Wat u altijd heeft willen bereiken, maar nooit heeft kunnen zeggen. Sprookjes weliswaar, maar wel de kern van wat u altijd tussen neus en lippen door bedoelde.
Ja, toch? Zeg niet dat het niet zo is!
“Sprookjes…  (zucht diep)
Zelfs dáár ben ik nìet meer welkom…”

U bedoelt?
“Àfgewezen. Zelfs dáár…”

Ik begrijp niet precies waar u heen wilt…
“Het sprookjesbos. Ik bedoel… Mijn asíélaanvraag.”

U heeft geprobeerd asiel aan te vragen? Waar, als ik vragen mag?
“Overàl. Argentinië, Brazilië, Paraguay, Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk. Zelfs Ìsraël heb ik geprobeerd. Alleen in de islamitische landen willen ze me hebben, maar u begrijpt dat ik dat niet vertrouw. Àlle landen heb ik geprobeerd. De héle wèreld. Probleem is natuurlijk dat ook dáár overal buitenlanders zitten. Dus…”

Echt? Overal zitten buitenlanders? Ook in Frankrijk en Spanje? Goh. Was me nooit opgevallen, maar nu u het zegt…
“Frànkrijk… Zelfs op St. Helène willen ze me niet herbergen.”

St. Helène?
“U weet wel: waar Napoleon zat. Voor of na Waterloo… Als u me niet kwalijk neemt, ik moet even naar de wc …”

(vanuit het toilet: )  “… Waterloo, waar Napoleon voor of na… Nee, ik bedoel: St. Helène, waar Napoleon, voor of na Waterloo – ik weet even niet welke – was gehuisvest.”

Ik weet het ook niet, helaas.
(komt de kamer weer binnenlopen)
“U bent ook van de verkeerde krànt om dat soort dingetjes te weten. De Telegraaf heeft dergelijke còrrecte kennis van zaken nooit nodig gehad. Toch? Ik heb toch gelijk?”

Feitenkennis speelt bij onze krant inderdaad geen grote rol. Ja, dat zal het zijn. Dank u, ik schaamde me al haast. Wie heeft er ook feitenkennis nodig als je de Telegraaf hebt? Daar hebben we sowieso al niet de ruimte voor. Onze koppen zijn te groot en de foto’s leiden af van de spaarzame tekst. Dit artikel zal ook niet echt gelezen worden. Hoor je anders ooit: ‘Hé, heb je dat stuk in de Telegraaf gelezen?’
Nee, hoogstens vraagt men of je het bewuste artikel gezien hebt. Ach…
“Ach ja, lèzen. Daar ben ik nòòit zo’n grote fan van geweest. Wie heeft het ooit nodig gehad? Mensen lùìsteren toch liever. Of nee, béter: mensen, mijn mensen pràten, spùien liever. Maar luisteren, tegenwoordig vooral naar hèn. Naar hèn! Ongelófelijk”

‘Hen’?
“’Hèn’, ja. U weet wel: hèn, de ànder, de àn-de-ren. ‘THEM’.”

Niet meer naar u?
Wilders zucht en begint te ijsberen.
“Nee. En ik snàp het niet. Ik begrijp er niets van! Rèchts, ultra-rechts, fascìsme, nátionaal-socialisme, zèlfs een ouderwètse boekverbranding is er niet meer bij! Het dòèt de mensen niets meer. Niet meer om  over naar huis te schrijven, in elk geval.  Je zòù ze toch…
Mènsen!”

U hebt het niet op mensen, hoor ik?
“Niet op die van tegenwòòrdig. Ze staan niet meer tegen elkaar òp, ze gaan met elkaar òm!
Òòk met negers en moslims. Nou vráág ik u!
Ongelofelijk, ongelofelijk…”

“Als de dag van toen, hou ik van jou…” Wat? Nee, sorry, zat even ergens anders… Maar wat zei u nu over die sprookjes? Dat vond ik boeiend.
Sprookjes zijn sowieso alleen al…
“Ja, dat was toch wel het tòppunt! Het spròòkjesbos in de Èfteling!”

Ja, wat is daarmee? U dwaalt af…?  Daar kwam u graag, niet waar? Om te ontstressen, toch?
“Ja. “ (kijkt naar de grond)

Komt u daar nog weleens?
“Ik …”

Ja?
“Ik mag niet meer in het sprookjesbos komen…”

Niet?
“En ik WIL er ook niet meer komen! Weet u wat ze nu in het sprookjesbos dòèn?!“

Nou?
“Sneeuwwitje kijkt me aan met een donkere blik die je werkelijk doet… De Grote Boze Wolf speelt tikkie met de geitjes en de dwergen en Holle Bolle Gijs vraagt me elke keer om mijn papieren. Nou vráág ik je!”

En de Schone Slaapster?
“… lig ik echt wakker van, echt, ik kan er niet van…”

Maar hoe komt dat nu allemaal dan?
(in de keuken mompelt een stem iets.)

Wie was dat?
“Mijn moeder. Ze herinnerde me aan iets wat ze altijd zei.”

Interessant! Wat was dat dan?
“Geen idee, ik luisterde nooit…”

 
Moordkuil
Moordkuil: werd ooit gèboren en daarna steeds wedergeboren en worstelt zich middels liedjes, gedichten, toneelteksten, verhalen en wat niet nog meer; is er eigenlijk nòg meer tussen hemel en diepe depressie?, tot elke dag weer herboren wordt in schoonheid.