Woensdag
heb ik jouw
boek
gegeten
Het sputterde
wat tegen maar
de dwarsliggende
letters reeg ik
aan mijn
vork
Er was
in de kast
niets anders
meer voorhanden
dan jouw woorden
Natuurlijk,
ik had naar
een winkel
kunnen gaan
en een volstrekt
anonieme appel
kunnen kopen.
Schijnt
dat je daar nu
een slang bij
krijgt
Maar je woorden,
ze waren er nu eenmaal
en na even voorzichtig
proeven
Verslond ik
de ganse zwik
in één slik
Ik smikkelde
je pagina’s leeg
en sabbelde aan
je alinea’s
Zoog al je
waarheden
tot de laatste
leugens toe
van je zinnen
Ik sneed je
bladzijden
aan stukken
en maakte
van het
voorwoord
gehakt
Op woensdag
plantte ik mijn
mes krachtig
in je rug
En smaakte je
naar meer.


Geef een reactie