het start met loslaten
 – of werd ik geduwd ?

vallen, en
 – jezelf wijsmaken dat je vliegt

vooral ergens héén
 – zoete illusie dat je weet wat je doet

Greep ik nog ?
 – werd ik losgepulkt ?

Achter gesloten deuren
lacht, luidruchtig en vol leven,
wie ik net nog was.
 – Wie van ons had de sleutel ?

Mijn nagels scheuren
elke dag
wat verder af.