In de noeste duimnagel
mijn beduimelde smoel
en ik smeek,

duw mij terug onder

ik kan hier niet staan

Slaakt een cynische bulder
en slaat met worstenvinger
op mijn rug,

wen er maar aan

ook morgen wordt weer een wonder

Mijn trouwste vriend, de stommiteit
schenkt er nog een in de tijd
in wat glas,

en proost zelf zonder

hij zal ook mij hier weer doorheen slaan.

Beloofd.