Nee, er is geen breuk
Valt amper iets te breken
Ook geen verzakking
Het is allang bezweken
Elke plastic poging rolde
Pardoes van mijn overdakking
Al je mooie woorden
Zaten in een wegwerpverpakking
Nee, er is geen breuk
Valt amper iets te breken
Ook geen verzakking
Het is allang bezweken
Elke plastic poging rolde
Pardoes van mijn overdakking
Al je mooie woorden
Zaten in een wegwerpverpakking

Bij ons thuis hebben we allemaal een eigen bord. Ons moeder, bijvoorbeeld, eet van haar ‘moederbord’.
Een ampere schim schampt
Een vervagend beeld van wat was
Een verslagschaduw, een uitknip
Alsof het niet zo is, was
Een schampere schim krampt
Een onscherp hiaat, een rukweg
Een uitscheur, een destillaat
Het ontontbreekt en is weg.

Een gebroken hak
Een gescheurde zak
Een tand, een drol,
Een hoopje mol
Een verloren wiel,
Een gebroken hiel
Een blik, een fles
Een harde les
Te hoge rand
Te brede plant
Het is echt te kwaad
Je loopt beter op straat
En okee, al is de kleur
niet onaardig…
Deze stoep is haar naam
niet trottoirdig.
Nick dealt
En nou moet zijn moeder daar maar mee dealen
Duister vang de dag aan
Duister sluit hij af
Daartussen heerst het licht
Het terrein is te rein, er
smoezelt moeten in wat mag
en oor delende blikken
Maar hoe duister ook
de lichtdag is
Erachter schijnt het duister
Het oordeelt niet, het
omhelst je stil
Ik kluister het duister.
De dame, die in de jaren tachtig placht te soppen op een Noorse zanger, beleefde tijdens het eightiespartijtje een Aha-erlebenis
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑
Reactietjes