Daar komt hij, de koekjesman. De koekjesman heeft nog geen koekjes, maar komt om koekjes. Of koekjesman dus het juiste woord is, is een vraag, maar vragen zijn gedomisticeerde verwondering en soms moet je je niet alles afvragen. Ik noem hem de koekjesman en daar moet je het maar mee doen.
De koekjesman is een groot kind, met schuchtere, verlegen ogen. Hij zegt niks maar geeft een kleinekindjesglimlach terwijl hij op ons terras afschuifelt. Als hij een mooie jonge vrouw ziet, geeft hij haar met een bescheiden knikje een in zilverpapier gewikkelde kauwgom uit zijn pakje. De bardame krijgt sowieso een kauwgom. Los van dat ze jong en beeldschoon is, en een van de redenen dat ik hier zelf graag kom, heeft ze koekjes. Gewoon, speculoos in plastic van bij de koffie. De koekjesman krijgt plastic voor zilver en schuifelt tevreden weg. Of hij het koekje later elders opeet, of dat ook weer aan iemand gaat geven, weten we niet.
Er is vast iets mis met de koekjesman. Dat vinden mensen dan, he. Dat er iets mis is met zo iemand. Die zijn dagen vult met rondschuifelen in de wijk, kauwgom geven aan de schone meisjes, en weglopen met een koekje. Ja, er is beslist iets mis met hem.


Reactietjes