Het was een lange dag geweest en het regende enorm. Dit zijn geen uitvluchten. Enkel feiten. Just the facts, ma’am.
Ik schoot tussen de druppels op het stoplicht af, dat hopelijk, kom op, hopelijk toch, toe nou, jaaaaaa, op groen zou springen. Mijn broek nat. Aan het andere stoplicht lag iets op het fietspad, zag ik van ver. En er stond iemand naast. Ik raasde er op af en omheen. Het was een man, ouder, donkere huidskleur, grijpend naar zijn hoofd. Paraplu ernaast. De persoon er naast was een jonge man. Hij belde een nummer op zijn mobiel. Ik raasde door.
Natuurlijk schaam ik me direct. Daar ben ik in getraind, om me voor alles onmiddellijk te schamen. Als ik me slecht voel, als ik me goed voel, als ik niks voel, schaamte. In Schaamland voel je nooit echt horror vacui. Geen holten in het gevoelenspalet die je niet met schaamte kunt opvullen. Dus hop, nattigheid en schaamte, dat voelde ik. En ik had honger en thuis wachtte een maaltijd op me. Ook daar schaamde ik me direct voor.
Er lag daar een man, vermoedelijk in pijn, want wie gaat er voor de lol in de stromende regen midden op een fietspad liggen, met zijn paraplu naast zich ? De jongen zou het zeker wel oplossen, dacht ik. Ik zou maar in de weg lopen, dacht ik. Dát waren pas uitvluchten. Zo was ik niet opgevoed, bedacht ik me. Toch niet door mijn ouders. Maar was ik niet zo opgevoed, wist ik dat zeker ?
Een paar maanden terug riep de eerste burger van dit land, onze eigen premier, nog in een uitgebreid artikel dat mensen normaal moesten doen of oprotten. Er was maar één fietser bij de man stil gaan staan, dus handelde ik uiterst statistisch. Dat was te verdedigen als normaal. Een paar jaren eerder werd het politiek debat nog op zelfpersiflerende manier gevoerd: “Doe normaal man” – tegen – “Doe zelf normaal”.
Ik zette mijn fiets droog in het schuurtje en hing mijn jas aan de kapstok. Ging op de bank zitten. Was dit nou normaal doen ? Of hoor ik nu ook bij de mensen die dan maar moeten oprotten ?


Geef een reactie