Wanneer je net als ik dagelijks met de trein reist is het moeilijk geen ergernissen te ervaren of irritaties te voelen. Is het niet ProRail, zijn het de Nederlandse spoorwegen óf de medereizigers. Eén week forenzen zónder ergernissen en irritaties is míj in ieder geval nog niet gebeurd sinds december 2014!

Nu zou je kunnen concluderen dat ik wellicht een geacideerde zeikerd ben óf dat reizen met de trein per definitie ernstig bloeddrukverhogend werkt; dit vanwege de absoluut incompetente én abominabele organisatie door ProRail én de NS. Wellicht zal menigeen mij kwalificeren als een zure zemelaar, doch kan ik daar geen moment van wakker liggen.

Ergernis I: te korte treinen!

Je betaalt een schandalig hoge prijs voor een vervoerbewijs en kunt vervolgens in dat rijdende koekblik, als een stel palingen in een ton, proberen rechtop te blijven staan om je medereizigers niet als een stel bowlingkegels omver te gooien als je door de diverse wissels heendendert.

De NS spreekt over een vervoerbewijs en uitdrukkelijk níet over een plaatsbewijs. De wijze van vervoer is dus open voor discussie: zittend; staand; liggend in het bagagerek; in elkaar gedrukt op het balkon; boven op het dak; hangend aan het chassis tussen de wielen; etc.

Maar waag het niet om met een regulier vervoerbewijs zelfs ook maar te stáán in de eerste klas! De eerste klas is immers voor mensen met: geld te veel óf een erg genereuze werkgever; niet voor het plebs. Waag je het tóch, om alleen al maar in de eerste klas te staan en heb je hiervoor géén vervoerbewijs, kun je serieus gaan dokken!

De tweede klas puilt vaak uit tijdens het spitsuur. Frequent komen er dan ook treinen het station binnengereden met beslagen ramen en platgedrukte wangen en neuzen tegen de deurramen. Vroeger kon je nog je ledematen óf je hoofd door het raampje naar buiten steken om zo wat ruimte te creëren. Helaas is dit na een paar erg onfortuinlijke – maar vooral erg onsmakelijke – ongelukken, door de combinatie: rijdende trein + betonnen paal, onmogelijk gemaakt.

Kort gezegd: het zou bijzonder sympathiek zijn van de NS indien zij een aantal extra wagons per trein zouden inzetten. Het zou in ieder geval menig forens blijmoediger maken.

Ergernis II: vertraagde treinen!

De Nederlandse spoorwegen hebben een website en middels deze site kun je, vóór aanvang van het ritje dat je wilt maken, de vertrek- en aankomsttijden controleren en op basis daarvan een reis plannen. Uiteraard is dit systeem alles behalve feilloos door de talloze vertragingen die zich voordoen bij de NS.

Vertragingen lijken inherent te zijn aan het beleid van de NS en dit komt omdat de Nederlandse Spoorwegen ongelooflijk dikke schijt heeft aan de reiziger. Het komt erop neer dat er, wat de NS-medewerkers betreft, niet genoeg stront in de wereld is om zich druk te kunnen maken om de reiziger; en dát wil wat zeggen met de huidige fosfaatproductie in Nederland.

Vrachttreinen krijgen steevast voorrang want de forens kan tóch niet naar een andere vervoerder; dit vanwege het monopolie van de NS op het Nederlandse spoor. Dat de forens te laat komt op het werk boeit geen ziel.

Vertraging door onvoorziene omstandigheden zoals: een springer; een koperdief, wier nog narokende verkoolde lijk in de weg ligt, die kortsluiting heeft veroorzaakt; een domme Zwollense boomverzorger die het spoor oversteekt met een poeplangzame telescoophoogwerker; etc. zijn gruwelijk vervelend maar ongeveer de enige vertragingsveroorzakendeobstakels waar de NS ook daadwerkelijk geen invloed op heeft.

Echter het geneuzel met bevroren wissels of uitgezette wissels door de intense zomerhitte valt natuurlijk wél te voorkomen maar is louter een ordinaire centenkwestie. Immers, in Rusland – toch een land met sterk wisselende seizoenen en verschillende klimaten – rijden óók treinen!

In Japan hebben treinen heel zelden vertraging. Japan is een bijzonder bergachtig land bestaande uit diverse eilanden met in het noorden bar koude winters en in het zuiden tropisch warme zomers, daarnaast kent het land het hoogste zelfmoordcijfer ter wereld (lees: relatief veel springers) en tóch, ondanks dit alles, rijden daar verreweg de meeste treinen op tijd! Als de Japanners het kunnen, waarom kunnen wij het dan niet?!

Dan hebben we ook nog: de gebroken bovenleidingen; wisselstoringen en uitgevallen materieel. Dit alles is te wijten aan pover onderhoud en simpelweg de weerzin om te innoveren met betrekking tot het materieel en het spoor.

Ergernis III: vouwfietsen!

Als forens kun je ze niet missen: de kantoorbobo’s met een vouwfiets. Een reguliere fiets mag alleen worden meegenomen buiten de spits. Maar vouwfietsen mogen altíjd mee worden genomen; mits opgevouwen. Sommige mensen hebben volledige bouwpakketten die ze de trein binnendragen. Anderen lijken gewoon hun fietsje dubbel te kunnen vouwen, de stuurstang en de zadelstang in het frame te schuiven en zijn vervolgens gereed om álle andere reizigers tot last te zijn. Want die vouwfietsen staan meestal gruwelijk in de weg! Niet zelden staan er meerdere – uiteraard onbeheerd – op het balkon, een aantal klapstoeltjes te blokkeren. De eigenaren zitten in de belendende coupés óók nog eens een aantal zetels bezet te houden.

Het is mij eens gebeurd dat ik zo’n vouwpakket op het balkon zag staan, vastgeketend met een eenvoudig fietsslot aan de klapstoeltjes aldaar. De eigenaar was nergens te bekennen. De zitplaatsen waren erg beperkt en dit kloteding blokkeerde drie zitjes. Uiteraard heb ik op ludieke wijze mijn diepe onvrede kenbaar gemaakt. De ventieltjes heb ik keurig netjes in de vuilnisbak gegooid, nadat ik ze met sardonische – doch gedempte – lach, uit de vouwfietswieltjes had gedraaid.

De vouwfiets is vooral storend in drukke treinen; tijdens de spits dus! Dat is júist hét moment waarop óók die fietsenvouwers met die pokkefietsjes komen vervelen. Wat mij betreft mogen de fietsjes alleen nog mee wanneer ze aaneengeketend met een ketting achter de trein aan worden meegesleurd.

Ergernis IV: treinlopers!

Treinlopers zijn storende individuen die – alleen of in kleine gezelschappen van niet al te heldere sujetten – de naïeve en onstilbare drang voelen om, in een volle trein, van coupé naar coupé te lopen, in de hoop een (lege) coupé aan te treffen met voldoende zitplaatsen. Dikwijls passeren treinlopers elkaar, wanneer zij van tegengestelde richtingen komen, waarna zij tóch hun zoektocht vervolgen ervan uitgaande dat de andere treinloper per abuis een paar vrije zetels voorbij is gelopen.

Tijdens het treinlopen is de treinloper niet in het minst geïnteresseerd in zijn medereizigers, die reeds de realiteit onder ogen hebben gezien dat zij deze reis weer eens moeten staan omdat treinen standaard te kort zijn. (zie ergernis nummer 1)

In een drukke trein, alwaar mensen moeten staan in de gangpaden en op het balkon, is treinlopen bijzonder irritant! Er is slechts één geldige reden voor treinlopen en dat is een hoognodig toiletbezoek om onder andere die smerige Kiosk-koffie uit te barfen!

Ergernis V: NS-personeel!

Het personeel van de NS wordt volgens mij geselecteerd op basis van een test waaruit blijkt dat zij inderdaad de spreekwoordelijke plaat voor hun hoofd hebben. Het NS-personeel is: laconiek, apathisch en volledig ongeïnteresseerd. Het kan hun werkelijk geen fuck verdomme óf jij wél óf dat jij niet op je werk komt. Bij sommigen is dit hun boze misantropische aard, bij anderen is het gewoon de pure onkunde die van hun gezicht valt af te lezen. Een niet bijster intelligente blik in de ogen en tóch ogenschijnlijk trots omdat ze recentelijk nog een weerbaarheidscursus hebben gevolgd op kosten van de Nederlandse Spoorwegen.

Het NS-personeel is vooral érg vaardig in de competenties: verantwoordelijkheden afschuiven op anderen; slappe excuses verzinnen voor de zoveelste vertraging; bagatelliseren van klachten; klanten doen verdrinken met een stroom van bureaucratische woordendiaree op dier klachtenformulieren; etc.

Het personeel van de NS is murw geslagen door de onophoudelijke stroom stront die ze over zich krijgen uitgestort. Wellicht zijn er nog een paar groentjes die het nog serieus aan willen pakken in het begin maar al snel gedesillusioneerd raken en diezelfde zombieachtige uitdrukking op het gezicht krijgen als hun meer ervarener collega’s.

Deze ex-kaartjesknippers zit steevast in de eerste klas met elkaar te ouwehoeren, roepen bij elk station dat de trein nadert wélk station ze gaan aandoen én om welke flutreden ze dan weer zijn vertraagd, om vervolgens routineus een geheel niet gemeend en volledig grijsgedraaid excuus over hun lippen te persen.

Ergernis VI: studenten!

Deze ergernis is zeker niet geheel terecht. Helemaal vrij van hypocrisie ben ik dan ook allerminst. Als student heb ik immers zelf óók gereisd met de trein. Doch neemt dat niet weg dat studenten in de trein me tegenwoordig vaak een doorn in het oog zijn.

De forens kent dit beeld maar al te goed. ’s Ochtendsvroeg, als je met gezonde tegenzin weer naar het werk gaat, staat er op het perron een grote menigte. Velen zijn studenten die vroeg college moeten volgen en aldaar met kleine samengeknepen oogjes en een bak sterke koffie in de hand op de trein staan te wachten. Het studentenleven gaat nu eenmaal niet over rozen, tot laat in de avond aan de zuip in de sociëteit van de studentenvereniging en dan ’s ochtends weer naar college moeten!

Studenten die met hun übergare kop naar college gaan en de toch al beperkte zitplaatsen in beslag nemen terwijl ze de tergend trage Wi-Fi-verbinding leegtrekken als ze collectief het Algemeen Dagblad of nu.nl lezen. Ook ‘leuk’: de exodus van studenten die op vrijdag in de namiddag met een tas vol meurend wasgoed huiswaarts reizen; wassen bij de campuswasserette kost immers geld.

Het idee van NS-topman Roger van Boxtel vind ik zo gek nog niet. Namelijk: studenten, die op kosten van de staat, het hele land door kunnen reizen, aangepaste college-uren geven. Zodat Neerlands treinstations niet meer elke dag heuse studenteninvasies te verwerken krijgen. Dit alles opdat de hardwerkende forens gewoon kan zitten op weg naar zijn werk en even een krantje kan lezen.

 
Leviwosc
Een nerd of een geek, een melancholisch geaarde Bourgondische zuiderling met een no-nonsense mentaliteit. Xenofiele, prescriptieve, rebelse taalliefhebber en grammar nazi. Gecharmeerd van barbarismen en een voorliefde voor grove humor en sarcastisch relativisme. Een antisociale socialist met liberale neigingen. Een poëtische Sodomiet en sapioseksueel geïntrigeerd door het Oude Testament; doch atheïstisch, antiklerikalist en filosofisch agnostisch. Vadervrij en kindervrij maar helaas partnerloos. Een snelle prozaïsche fineliner, maar een trage ganzenveer voor poëzie. Sinofiel, cinefiel, bibliofiel, italofiel en scriptofiel; maar misantroop, pedofoob, loner en wannabe kluizenaar.