Mijn bel
mist je, man
Nu is het stil
aan mijn voordeur
geen-gehoordeur
Mijn kat
mist je, man
Ze maakt zich nu
solo zorgen
waakt tot de morgen
Mijn bier
mist je, man
Wie zuipt als jij
en zo’n smerige fles
Tweejaarlijkse les
Ik
mis je, man.
Mijn bel
mist je, man
Nu is het stil
aan mijn voordeur
geen-gehoordeur
Mijn kat
mist je, man
Ze maakt zich nu
solo zorgen
waakt tot de morgen
Mijn bier
mist je, man
Wie zuipt als jij
en zo’n smerige fles
Tweejaarlijkse les
Ik
mis je, man.
Het aantal woorden dat is gelogen
Of we nog een koekje mogen
Hoeveel stof vandaag gezogen
Vooruit, doe een goede gok
Hoe hoog staat de motivatie
’t Aandeel pure inspiratie
Hoeveel spanning en sensatie
Wat doe je tegen writer’s block
Hoe beoordeel je de dienstverlening
Toe, geef hier je eerlijke mening
Wat leer je bij van al die training
Ga je vaak op tijd op stok
Hoeveel kans dat we het halen
Hoe lang kunnen we nog dralen
Hoeveel punten al bij palen
Hoeveel tijd nog op de klok
Where poppies grow… Sobertrist performs ‘1914’ up close and personal. Live @studiojackology in a matrix near you…
recorded @ Cretto di Burri, Gibellina (Sicilia)
Het is
half iets
En ik ben weer dronken
Weer twee flessen
voor mij geflest
Is dit het leven ?
En dan ineens
Vier andere zuipers
En ja
Dit is het leven
Of toch voor mij
Wat jij doet, ook mooi.
Vechten tegen
loden leden
Twijfelen aan
loze zeden
Zijn we toen of
toch het heden
Is het af, is het af
is het af
Zijn we vooruit
zijn we achter
Gaat het dagen
gaat het nachter
Nood aan doener
of aan wachter
Is het af, is het af
is het af
Is de stok nu
om te spelen
Of om onhard
mee te strelen
Vroeg op stok of
gaan we delen
Is het af, is het af
is het af
Lof me tender
lof me verder
Stof de zender
niet ellender
Is het on niet
veel bekender
maak het af, maak het af
is het af ?
Ben je
Nu helemaal
Hek geworden
Nee, maar
Wel oogluikend
Wijk ik ont,
Wijde boog om
Rond wat ooit
Werkelijk was
De tijd smelt
klompen minuten, uren
klodders dag kleven
onherkenbaar
De huls stolt dof
maar anderen zien nog
glans, zon, zin, leven
onzichtbaar
Men gilt en lacht
vliegt door de lucht en
rollt op de achtbaan
genaakbaar
Het ratelt voort
maar ik zet geen voet
want de vloer is tijd
onmerkbaar
Dan neem ik nog liever het vliegtuig
Verzucht zelfs een smurf soms verlegen
Hij kon het maar moeilijk geloven
Zich eens flink aan koffie verbrandde
No matter what top hat you’re wearing
Hier proef anders eens van mijn knuppel
Wie weet nog met meeuwen kan vliegen
Daar wil ik geen einde aan breien
En noem het dan nog maar justitie
Ik heb dan toch liever een varken
Die kun je nog beter vernielen
Kon ik daar maar meester in worden
De jonge spits, die nog bij zijn ouders woonde, had een hekel aan spitskool, vandaar dat zijn moeder nimmer spitskool kookte: zij koos ervoor de boel niet op de spits te drijven
© 2026 KutBinnenlanders.nl
Theme by Anders Noren — Up ↑
Reactietjes