Georges Brassens, 1921 – 1982, geboren en begraven in Sète, Zuid-Frankrijk, hoewel hij er nauwelijks geleefd heeft, was een zanger die zijn eigen teksten schreef. Et alors? Tja, en toch. Hij legde er veel poëzie in en gebruikte woorden die in de richting van de vergetelheid evolueerden.
Hoewel Brassens van eenvoudige komaf was en nauwelijks school had gelopen – de Duitsers verplichtten hem voor hen te werken, dwangarbeid dus – schreef hij pareltjes. Met zijn aan de vergetelheid onttrokken woorden hekelde hij niettemin de huidige tijd. Soms werden zijn liedjes dan ook gecensureerd.
“Gare au gorille” bijvoorbeeld, een heel lang lied, vertelt hoe een jonge gorilla ontsnapt uit de zoo. Nog maagd heeft hij nooit een apin gezien en is er maar een iets dat hij wil: neuken. Hij kan kiezen uit een oud verlept besje en een jonge rechter in toga. Hij verkracht die laatste, die ‘mama’ roept, terwijl hij zopas een misdadiger tot de doodstraf heeft veroordeeld.
Een ander erg gekend nummer van hem heet ‘les copains d’abord’, zeg maar Kameraden eerst. Het is het verhaal van een boot met die naam en tegelijk een levensmotto.
We kochten een tweedehands zeilboot om op zee en op meren te vissen. We knapten hem wat op en kozen het ruime sop. We doopten de boot: ‘Vooruit, makkers, kameraden’. Zo ontliepen we de auteursrechten van Brassens en nooit zal de boot zinken.






Reactietjes