In enkele dagen roeien ging het van Portugal naar Marokko. Ik besloot een langere pauze te nemen in El Jadida, voorbij Casablanca, en er mijn kano voor een kajak te ruilen. Het is hier goed toeven, goedkope steengoede restaurants, mooie stranden. Maar een kajak? Ho maar. Enfin, dit is Afrika dus moet je een mannetje inhuren die voor jou op zoek gaat.

Tegelijk vroeg ik me af of ik ooit Kaap de Goede Hoop zou halen. Misschien zou het verstandiger zijn in Ivoorkust aan land te gaan, de kajak vast te binden op een terreinwagen en zo het continent van west naar oost te doorkruisen.

Hoe dan ook boekte ik een kamer in een klein hotel in het centrum, ging zitten op een terras, bestelde een koffie. Man, wat is die heerlijk. Haast even lekker als Italiaanse. In het café zaten uitsluitend mannen. Dat is hier zowat de gewoonte. Vrouwen zouden last hebben van de geuren die mannen verspreiden. Of zo. Ik raakte in het Frans in gesprek met een man die net gepensioneerd was als rijkswachter. Hij sprak een weinig Frans.

‘Ik heb een uitgebreid netwerk en kan helpen zoeken naar een kajak.’ Op dat moment raakte mijn zaak in een lichte stroomversnelling.

Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.