KutBinnenlanders.nl

Tag: Cultuurkiller (Page 2 of 5)

Cultuurkiller (37)

“Vertel, wat moet je ?” had de man ongeduldig, op het kwade af, gevraagd. Cees zakte de moed in de schoenen. Eerder die dag wist hij stellig: ik wil met iemand praten. Rot op met je envelop, ik doe niks meer tot ik met iemand gepraat heb. Voor het eerst in vier jaar had hij zich verzet. Vier jaar als Cultuurkiller, maar nu moest en zou hij iemand spreken. De persoon achter hem had hem toegefluisterd: “Vanavond vier over half negen. Theatercafé.” En zo plots als hij altijd leek te verschijnen, was hij weer weg. Stellig was Cees die avond naar het café gegaan. Maar nu, oog in oog met de man die hem gerecruteerd had, zonk de moed hem in de schoenen.

Hij inspecteerde het slot. Helaas, dit was een volledig ander slot dan het zijne. Het slot van Karsten was eenvoudig opengegaan, maar hier durfde Cees niet goed. Hij zou de ruit kunnen inslaan, maar dan was het meteen zichtbaar dat er iemand binnen was. Nee, het beste wat hij nu kon doen was op een afstandje de boel in de gaten houden en wachten. Wachten tot de bewoner thuiskwam. Hij had geen idee hoe laat dat zou zijn, maar er was gelukkig een kioskje verderop. Hij kocht er een krant en een flesje water. Daarna liep hij terug naar een bankje vanaf waar hij rechtstreeks zicht had op de deur die hij niet durfde open te breken.

“J-je hebt vast wel gehoord wat er met Jan Vijver is gebeurd ?” vroeg Cees. De man knikte. “Retorisch, Cees. Uiteraard volgen we op de voet wat er met de dissidenten en voormalige doelwitten gebeurt.” Cees fronste. “Ik heb hem kapot gemaakt. In jullie opdracht. Kapót. Een mensenleven is verloren, door jullie stomme enveloppen. Je snapt toch wel dat ik het daar niet makkelijk mee heb ?”

Verdomme, dacht Cees. Verdomme, verdomme verdomme. Hij las de krantenkop nog een keer. Nieuwe Dichter des Vaderlands. De foto toonde een sullige, negen-tot-vijf-burgerlijke man. Met een kop alsof hij net papa was geworden van zijn derde kind. De nieuwe Dichter des Vaderlands. Cees voelde een stekende koppijn. Nu ben ik officiëel ontslagen, schoot het door zijn hoofd.

“Je hebt je werk gewoon gedaan, Cultuurkiller. Dat Vijver daarna zijn leven niet meer op orde kreeg en zich uiteindelijk opknoopte, zijn jouw zaken niet.” Cees’ ogen schoten woedende bliksems. “Hij was een méns. Met vrienden, familie. Zijn dochtertje zit nu zonder vader. Wij hebben dat op ons geweten. Ik ben er klaar mee, ik wil geen Cultuurkiller meer zijn. Hou je enveloppen maar.”
De man boog zich over tafel en keek Cees streng en diep in de ogen. “Je weet donders goed dat je niet meer terug kunt. En geloof me: Vijver hadden we hoe dan ook het zwijgen opgelegd. Wat er verder gebeurd is, komt door zijn eigen slappe karakter. Maar hoe dan ook hadden we gezorgd dat Vijver een paar toontjes lager zong. Of denk je dat jij onze enige pion bent in dit spel ?”
Cees knipperde verrast met zijn ogen. “Niet ?” De man grinnikte. “Doe niet zo naïef, Cees. Er is altijd een tweede schutter. Je weet hoe zorgvuldig we te werk gaan. Wij wedden niet op één paard.”

Hij keek nogmaals naar de deur en rond hem heen. In de verte zag hij een bekende gestalte aan komen lopen. Showtime, dacht Cees. Hij vouwde zijn krant op, gooide zijn fles water in de vuilnisbak en liep terug richting de deur.

 

Cultuurkiller (36)

Noordholten staarde naar de enorme hoeveelheid bewijsmateriaal. De zuidelijke kneuterboertjes die hij onder zijn hoede had voor deze zaak, hadden netjes hun best gegaan, moest hij toegeven. Men had er echter niets aan, want er was geen vingerafdruk, geen huidschilfer, geen schoenafdruk te bekennen geweest op de verschillende moordlocaties. Hij klemde zijn tanden op elkaar en voelde iets knarsen. Oei, dacht hij. Deze zaak was niet best voor zijn gebit.

Rationeel bekeken moet ik toch op de dader kunnen komen, dacht Cees, ijsberend door zijn kamer. Komop, Cees. Wie heeft er belang bij dat je zo in de rondte aan het tollen bent in plaats van de effectieve Cultuurkiller uithangen ? Hij wierp een zijdelingse blik op zijn badkraan, maar die durfde zelfs niet meer te druppelen. De badkraan zweeg in alle talen. Cees voelde zich langzaamaan gek worden. Alsof zelfs de badkraan hem zei, bekijk het maar, Cultuurkiller. Zoek het zelf maar uit. Hij liep naar het raam en greep de vensterbank gefrustreerd vast. Wie, wié zat hem verdomme zo op te jagen ? Hij voelde zijn knokkels knaken en dacht, had ik maar wat meer ervaring in dit soort zaken. Was ik maar…

“Er werdt papier van gemaakt, en muziekinstrumenten, maar dat bedoel je niet, of wel ?” vroeg Werner. Albert schudde zijn hoofd. “Inderdaad. Ik zoek vooral de symboliek.” Werner knikte en goot een forse hoeveelheid melk in zijn koffie. “Allereerst staat bamboe door zijn snelle groei natuurlijk voor alles wat groeit en vruchtbaar is. In sommige culturen is het het symbool voor vriendschap, de onverwoestbaarheid door vernieuwing, optimisme, hardwerkende eenheid en aanpasbaarheid. In de Filippijnen zeggen ze dat de eerste man en de eerste vrouw uit een gespleten bamboescheut voortgekomen zijn. Dan is er natuurlijk nog de bamboe tatoeage..” Albert trok een wenkbrauw op: “Bamboe tatoeage ?” Werner knikte. “Een tijdrovend gedoe met een stuk bamboe waar inkt door geleid wordt terwijl een vijftal naaldjes aan het eind zit, maar omdat het ritueel zo significant is en omdat het relatief pijnloos is en het herstel zo snel werkt, enorm populair onder toeristen. Denk Thailand, monniken, bla bla.”

Noordholten ijsbeerde langs de tafel. Wat een puinhoop was deze zaak geworden. Het was om gek van te worden. De getuigeverslagen leverden niets op. Hij had notabene een lijk aan ‘zijn’ hek en nog had niemand iets gezien. Een meisje op klaarlichte dag op het hék van het politiebureau gehangen en nog zag niemand iets, hoe kan dat in vredesnaam ? Dan was er nog die postzegelverzamelende barman, ook niemand iets gezien, ondanks de alarm slaande buurvrouw toen ze rare geluiden hoorde. Die stomme hond die gemassacreerd was. Een ex-politicus, gekeeld op de stoep van het stadhuis. En dan nog een of andere dichter, zo ongeveer tegelijkertijd met de barman. Thijsbrandt Noordholten greep de tafelrand vast en gromde luid. Kom op, Noordholten, dacht hij. Er komt heus wel orde in al deze chaos. Vertrouw erop. Hij staarde naar de gegroeide collectie in plastic zakjes gesloten bamboepennen.

Cees schreeuwde het uit van frustratie. Hij werd niets, maar dan ook niets wijzer van zijn aantekeningen. Hij greep zijn theekopje en smeet het kapot tegen de muur terwijl een harde oerbrul aan zijn keel ontsnapte. Nuttig, Cees, dacht hij. Nu ben je een van je slechts enkele theekopjes kwijt. En je mag het ook weer meteen opruimen. Hij pakte zijn kruimeldief uit de keuken en zette het ding aan de burgerlijke brom. Terwijl de miniatuurstofzuiger hongerig de scherfjes liet ratelen in zijn plastic maag, knipperde Cees met zijn ogen. Hij had een ingeving. Verdomme, hij had een ingeving. Was dat theekopje toch nog ergens goed voor geweest.

 

Cultuurkiller (35)

Albert staarde even naar het suiker- en melkstelletje op tafel. Hij zocht de juiste vraag waarbij hij wel genoeg informatie van Werner los kreeg, maar hem niet bij de moordenreeks betrok. “Ik wacht, Albert, wat was er zo dringend ?” vroeg Werner, vriendelijk glimlachend en onderwijl zijn koffie roerend.

“Bamboe. Wat kun je me erover vertellen ?” vroeg Albert rechtuit. Werner lachte. “Bamboe ? Snelst groeiende soort groeit tot soms wel een meter per dag, vezelbundels met knopen, uitstekende vishengels, veelvoorkomende tuindecoratieplant omdat je er meteen een halve schutting aan hebt. Wat wil je in vredesnaam weten ?” Albert haastte zich: “Uiteraard, van dat wikipediagedoe kan ik zelf ook opzoeken. Wat kun je me vertellen over de culturele significatie, de symboolwaarde zeg maar, van bamboe ?”

Cees knipperde met zijn ogen. Zijn hand reikte langzaam naar zijn oude radio. Hij draaide aan de tuning-knop in een soort verdwaasde poging het nieuwsbericht terug te spoelen, om te zien of hij het goed gehoord had. Er waren twee moorden tegelijk gepleegd vannacht. Terwijl hij Karsten naar het hiernamaals schoenlepelde, was er nog iemand anders vermoord. De politie staat voor een raadsel, hoe de dader tegelijk op twee plaatsen kon zijn. Ze sluit het bijpassen van het daderprofiel naar meerdere daders niet uit. Dit was niet goed. Dit was helemaal niet goed. Dit was ontzettend, ontzettend verkeerd.

Hij ijsbeerde door zijn appartement. Alibi of geen alibi, ze zouden hem nu vinden. Het was zijn eerste moord geweest, en nu ze twee daders zochten zouden ze misschien nóg harder zoeken naar die ene aanwijzing, die ene fout die hij ongetwijfeld gemaakt heeft. Hij zou intensief verhoord worden want natuurlijk wilden ze de identiteit van de andere moordenaar van hem lospeuteren. Hij klauwde zenuwachtig aan zijn haar. Hij was zó zeker geweest dat Karsten de dader moest zijn ! Stommeling !

Vanaf de tafel staarden de middeleeuwse illustraties van Judas, Brutus en Cassius in de muil van Lucifer hem gepijnigd aan. Cees sloeg het boek woedend dicht, wreef met zijn handen over zijn gezicht. Wat een puinhoop. Hij greep zijn aantekeningen en stortte zich in zijn luie zetel. Alles nog eens doornemen. Je hebt gewoon een verkeerde conclusie getrokken, Cees. De echte dader gaat zich openbaren, als we gewoon alles nog eens een keer overlopen. Je vind hem wel. En zodra je hem hebt, is deze nachtmerrie eens en voor altijd afgelopen.

 

Cultuurkiller (34)

De jonge vrouw was terug naar haar familie gegaan na het schokkende nieuws van haar stervende vader. En – Simone’s hart klopte een beetje sneller – de langharige vreemdeling was haar achterna gereisd. Vanuit haar ooghoek zag ze Albert weer de bibliotheek inlopen. Met een opgetrokken wenkbrauw zag ze dat hij niet naar haar balie liep maar direct de leeszaal in. Hrm, ok. Een goeiendag kon er tegenwoordig al niet meer af. Och, dacht ze, hij zal zo wel om een babbeltje komen, het is zo’n lieve jongen. En gretig streek haar zicht terug over de prozaïsche beschrijvingen in haar zwijmelboekje.

Albert liep recht op de oude man af. Tussen acht en elf ’s ochtends zat Werner hier altijd te lezen. Albert kende Werner goed, een aparte pensionaris die zich altijd passionair inzette voor de stedelijke flora. Doorgaans een stille man, tenzij gemeentebesturen of wijkbewoners het wel en wee van al dan niet historische parkengroen bedreigde. Dan stond Werner niet zelden als eerste met spandoeken en megafoons op de bres. Niemand kon fel pro-plantleven scanderen als Werner. De Muskiet had de man al vaak mogen interviewen en wist dat er weinig over de wondere wereld van de flora was dat Werner niet wist.

“Dag Albert,” sprak Werner zacht, opgegroeid zijnd in een tijd dat men nog zweeg in bibliotheken. “Werner,” knikte Albert. Hij vervolgde stilletjes: “sorry als ik je stoor, maar ik hoopte dat we even een babbeltje konden maken. Ik tracteer koffie. Is het goed ?” Werner keek verbaasd op. Er was hem geen bedreigd groen ter ore gekomen de laatste dagen dus vroeg hij zich even af waar Albert hem zonodig over moest spreken.

Terwijl ze gezamenlijk de bibliotheek uitwandelden keek Simone hen verbaasd aan. Daarna haalde ze haar schouders op en las weer verder.

Cees voelde zich zwaar beroerd. Nochtans dat de prijzen binnen Club Nuit hem hadden weerhouden van teveel gedronken te hebben. Hij voelde het zweet op zijn huid parelen en besloot zijn bed uit te komen. Een verfrissende douche later stond hij in zijn badjas naar buiten te kijken. Een stel mussen dartelden om elkaar heen, onbekommerd, vlak bij de muren waar hij graag naar de katten keek. In de verste verte geen kat te zien. Het lustig gefladder werkte hem op de zenuwen en hij liep naar zijn tafel. Het Chinees voor dummies boek lag naast de slordige stapel boeken waarin hij zijn aanwijzing gevonden had. “De cultuur is klaar met je,” had de boodschap die in Dante’s Inferno gekalkt was, met zoveel woorden gezegd. “Wel wel,” dacht hij bij zichzelf, “jezelf even zomaar ‘de cultuur’ noemen, Karsten. Het zal je leren om geen te grote broek aan te trekken.”

 

Cultuurkiller (33)

Thijsbrandt Noordholten had in zijn leven al veel gezien. Maar zelfs hem werd dit een beetje veel. Hij probeerde zo koud, zakelijk en objectief mogelijk de situatie in zich op te nemen. Maar het aantreffen van deze man was toch wel iets wat hem niet in de koude kleren zat. “We hebben uiteraard niets aangeraakt nadat we hem hier zo gevonden hebben, inspecteur,” haastte de agent naast hem zich haast te verontschuldigen voor het spektakel.

“Slachtoffer is een man, 52 jaar, ongehuwd, werkzaam in de horeca,” voegde een andere agent als achtergrondinformatie toe. Noordholten staarde naar wat er over was van de man, 52 jaar, ongehuwd, werkzaam in de horeca. Rob was ondersteboven gehangen en gekeeld, zoveel was duidelijk. Maar de zieke geest die de barman deze eeuwige sluitingstijd had aangedaan, had hem eerst volgeschreven met chinese tekens en bovendien zijn bloed in wijnflessen laten lopen. Die stonden keurig op een rijtje op het aanrecht, met hun bruinrode inhoud. Gekurkt, schoongeveegd, je zou zo denken dat het bordeaux was wat erin zat. Geen etiketten.

Noordholten besloot bij dit totaalaanzicht dat de smeerlap die dit gedaan had, zijn verdiende loon zou krijgen. Achter hem in het nachtduister flitsten de sinistere zwaailichten.

Het was warm en zweterig, maar Cees trilde. Hij kon zijn daad maar niet van zich afschudden. Uiteraard was hij zorgvuldig alle mogelijke forensische onzorgvuldigheden nagelopen en ieder zichtbaar spoor gewist. Bovendien had hij, met het bij de bibliotheek geleende exemplaar van Chinees Voor Dummies in de hand, de cryptische tekst op het lijk van Karsten geschilderd. Bamboe pen. Alles zou wijzen op dat de Schoenlepeldichter toch echt het slotslachtoffer was van de mysterieuze moordenreeks in de stad.

Hij rilde niet van zorgen, maar van het besef dat hij iets volstrekt onherroepelijks had gedaan. Een medemens vermoord. Hij had even rusteloos in zijn eigen flat lopen ijsberen nadat alles afgerond was, tot hij maar zijn jas greep en de nacht was ingelopen. Het was al laat dus hij kwam nergens meer binnen – vervloekte openingstijden ook – behalve dat ene nachtclubje in de stad,Club Nuit.

Een belachelijke entreeprijs later zat hij daar dan, naar paaldansende strippers te kijken boven een loeiend duur biertje. En zijn kop ratelde maar en ratelde maar. Feitelijk, bedacht hij zich, was het goed dat hij hierheen was gekomen. Als directe buurman van Karsten zou hij natuurlijk ook verhoord worden, en nu had hij een alibi.Ik ben er niet trots op, maar ik zat in Club Nuit, agent. Misschien zou Bianca hem wel verhoren. Haar zou hij graag weer willen zien.

Zijn buik voelde nog steeds niet goed. Er kwam een scherpe pijn uit.Zenuwen, dacht Cees. Hij klokte zijn bier achterover.Maar alles is nu opgelost. Dus die zenuwen komen in orde. Ontspan. Hij staarde naar de handen van de blonde stripper die over het naakte lijf de aziatische stripper streelden maar zag enkel bloed voor zijn ogen – grote, grote plassen bloed.

 

Cultuurkiller (32)

Kokhalzend hing Cees boven het toilet. Goed dat Karsten al enige tijd geleden het bewustzijn had verloren. Als hij had gezien hoe slecht Cees tegen het aanzicht van bloed kon, had hij hem beduidend minder serieus genomen.

Hij voelde zich echt beroerd maar rechtte zich en veegde zijn mond af. Onwillekeurig greep zijn andere arm even naar zijn duidelijk overstuur zijnde maag. Kom op, Cees, dacht hij bij zichzelf. Je bent al te ver gegaan om nu op te houden. Karsten sterft nu sowieso. Je kunt op z’n minst zijn einde wat bespoedigen. Toon je menselijke kant.

Hij drukte de spoelknop in en keerde zich om. Van de grond pakte hij de bebloede schoenlepel. Met het bepaald bruut gebleken wapen trillend in de hand liep hij terug naar Karsten toe, voorzichtig om niet uit te glijden over het bloed dat zich lustig over diens kliklaminaat aan het uitspreiden was. Ondanks al die jaren als cultuurkiller had hij nog nooit een échte moord hoeven plegen. Hij had enkel maar cultuur om zeep gebracht. Maar deze éne keer moest hij doorbijten. Hierna kwam alles weer goed.

Albert keek verstrooid tussen spleetoogjes op. Zijn gezicht plakte aan zijn bureau. Hij tilde zijn hoofd op en voelde dat er ook nog eens een theelepeltje aan kleefde. Hij wreef in zijn ogen, gaapte, rekte zich uit. Staarde duf naar zijn scherm. Wat was hij ook alweer aan het doen ? Bla bla bla, initiatiefnemers, bla bla bla, kinderopvang, bla bla openingsdag. Oh ja. Tot zijn verbazing zag het artikel er redelijk afgerond uit. Hij kon zich niet eens meer herinneren er al aan begonnen te zijn. Save, start, afsluiten. Hij klikte zijn scherm uit, morgen weer een dag. Zich de trap opslepend meende hij in de achtergrond ergens sirenes te horen, maar hij was te moe om zich daar om te bekommeren. Vast weer een paar dronken studenten die overlast pleegden of zo.

Hij liet zich voorover in zijn bed vallen en zakte onmiddellijk terug in de zalige zwartheid waarin zijn leven vaak veel beter voelde dan tijdens de wakkere uren.

 

Cultuurkiller (31)

Cees streek met de schoenlepel langs de kaak van Karsten. “Dag, Karsten. Vandaag gaan we een lesje leren. Een les over de meest positieve activiteit in het ondermaanse: het ‘niét doen’. We sluiten daarna af met een lesje ‘téniet doen’. Hoewel ze verwant klinken, zijn het namelijk echt twee volledig verschillende begrippen. Interessant he ?”

Karsten’s zweet brak uit alle poriën tegelijkertijd uit. “Ik weet niet wat j-je van plan bent Cees maar hou hier nu mee op ! Laat me los en we v-vergeten het hele voorval !” Cees greep hardhandig zijn pols vast en maakte het horloge los. “Karsten, Karsten, Karsten. Je denkt toch niet dat ik dit… ‘voorval’ zomaar ga vergeten ? Als je me aan alle kanten tegenwerkt moet je ook verwachten dat ik je vroeg of laat vind.” Hij hield het horloge demonstratief voor Karsten’s gezicht. “Je grootste vergissing is geweest dat je mijn horloge in het openbaar droeg. Heel, heel dom, Karsten. Heel, heel dom.”

In het nachtelijk duister klonken een paniekerig schreeuwende kat en een blaffende hond. De Muskiet keek verstoord uit het raam en zag een vierpotige schim over een schutting rennen, enkele tuinen verderop. Hij had zijn research opzij geschoven omdat hij ook nog broddelkopij voor zijn baas moest schrijven. Zijn ogen richtten zich terug op zijn artikel over een lokale viswedstrijd ten behoeve van brood voor de daklozenopvang. Hij kneep tussen zijn ogen, zijn hele hoofd prikte. Hij kon zich niet concentreren en voelde zich moe. Maar hij kon beter net zo goed deze artikelen alvast afschrijven, dan had hij zijn handen vrij om morgen zijn vermoedens te controleren. Dus voor hij zijn bed kon opzoeken moest hij nog zo’n zevenhonderd woorden over een nieuwe petanque-baan in aanleg (het persbericht repte consequent over ‘jeu de boules’ en hij had geen zin om na te denken of dat veranderd moest worden of niet) en zo’n vijfhonderd woorden over een kleuteropvang initiatief aan de rijkere kant van de stad. Hij zuchtte diep en greep naar de oploskoffie. Één klik later begon de trouwe waterkoker al zacht te ruisen.

De stoomdampen likten lustig aan de envelop. Barman Rob was eventjes niet Barman Rob maar gewoon Rob. Ook trouwe, robuuste barmannen hebben wel eens een avondje vrij, en Barman Rob was in zijn eigen tijd Amateurfilatelist Rob. Hij had een mooie postzegel uit Canada van een van zijn klanten gekregen en probeerde die aan zijn keukentafel voorzichtig los te krijgen. Geconcentreerd keek hij toe hoe de dampwolken hun werk deden en merkte aanvankelijk niet op dat zijn achterdeur zachtjes openpiepte.

Plots hoorde hij een zacht gekletter, alsof een theelepel van zijn aanrecht getuimeld was. Met een ruk draaide Rob zich om. “Jij ? Wat kom jij hier nu weer doen ?” Zijn ogen vergrootten zich en zijn mond bevroor zich in een schreeuw die nooit gehoord zou worden.

 

Cultuurkiller (30)

Albert keek om zich heen. Het dossier ‘stedelijk seriemoordenaar’ zoals hij het zelf gedoopt had, had zich uitgebreid tot mappen vol informatie. Simone had geen nuttige beschrijvingen kunnen geven van de andere leners van de aziatische talenbundels maar enkel het feit dat er meerdere mensen waren geweest hielp hem al verder. De dader van de moorden was iemand die vermoedelijk eigenljk amper kennis van de chinese taal had. maar die het als symbool gebruikte. Dergelijke symbolisatie kon hij bij veel lokale kunstenaren al meteen wegstrepen; de banalisering van de boodschap was in deze postindustriële stad als kunstvorm an sich verheven geraakt.

Karsten snapte het eventjes niet goed. Zijn sleutel paste als gegoten maar zijn deur bewoog terwijl hij die nog niet geopend had. Halfdronken stond hij zich te beseffen dat de deur eigenlijk al open was toen hij plots een felle pijn op zijn achterhoofd voelde en alles zwart werd.

Cees fonkelde als nooit tevoren bij thuiskomst. Het compliment over het horloge had hem deugd gedaan. Dat hij het feitelijk zo goed begrepen had deed hem spreekwoordeijk kwispelen als de jonge hond die hij toen nog heette te zijn. Die avond leerde de trots hem ieder contour, ieder klein krasje op het glas, hoe zijn horloge eruit zag. Hij wist dat hij het vanaf dan altijd uit duizenden zou herkennen.

Karsten’s waas ontduizelde. Hij bleek vastgebonden. Voor hem stond een man in silhouet. De volstrekt niksige skyline van de stad onttekende zich achter de onbekende persoon onder een volle maan. Meteen maakte Karsten zich ongerust over zijn schoenlepel-collectie, maar die bleek met een snelle blik compleet en intact. Op ééntje na. Een schoenlepel die hij tijdens het WK 2010 had gekocht. Hij draaide zich iets verder rond om het oranjegekleurde exemplaar elders in zijn flat te ontwaren tot hij iets zag blinken in de hand van zijn belager. En ineens werd zijn bloed ijskoud van angst. Een wijnsmaak met een maagzuursmaak mengde zich op zijn tong en even vreesde hij dat hij zou gaan overgeven.

Albert herlas de passage in de krantenarchieven die hij in zijn map had gestoken. Hij knipperde met zijn ogen. Het kon toch niet zó ontzettend overduidelijk voor de hand liggen ? Dat zou te belachelijik zijn. Dat al die jaren… pal onder zijn toeziend oog… Even voelde hij zich Dr. T. J. Eckleburg. Om direct dat belachelijke literaire beeld weer van zich af te schudden. Komaan, hij was wandelend roddelblad Bettina deGraete niet… Hij had bewijs nodig voor hij dit vermoeden zelfs maar lichtjes publiekelijk mocht maken.

Karsten stotterde. “W-wie i-is d-d-d-aar ?” Hij dacht halfslachtig de persoon die zijn meest recente schoenlepelaanwinst dreigend hanteerde wel te herkennen maar was niet zeker van zijn zaak. Toen klikte de indringer van zijn woning een schakelaar om en scheen zijn spaarlamp fel in zijn ogen. Maar in het verblindend licht werd zijn angst bewaarheid – hij zag Cees. Met een volstrekt woedende en moordlustige blik in zijn ogen.

 

Cultuurkiller (29)

Simone zat te zwijmelen boven haar boek en ze wist het. Maar om de paar zinnen wierp ze een snelle, strenge blik in het rond en meer vereiste haar baan toch niet van haar capaciteiten. Meteen erna kon ze weer de gevleugelde zinnen absorberen over de langharige vreemdeling die het kwetsbare hart van de protagoniste voor zich aan het winnen was.  Toen ze bij een van haar snelle blikken Albert op zich af zag komen, vond ze het bijna jammer. Gelukkig zag ze De Muskiet altijd graag aan haar balie. Een beleefde jongen die altijd op tijd zijn boeken inleverde en goed was voor interessante en prettige gesprekjes. Bijzonder, want hij was van boven de rivieren en boven de rivieren hebben ze geen humor, wist Simone stellig.

“Dag Simone, hoe is het met de kleinzoon ?” vroeg Albert met een brede glimlach. Ze glimlachte terug – wat een warme jongeman was het toch. Ze zag hem nooit eens met een vrouw, ook in de stad niet, zou haar eeuwig vrijgezelle derde dochter anders… ze schudde de gedachte van zich af, beseffend dat het boeketreeksboekje haar manier van denken aan het beïnvloeden was. “Dag Albert. Hij maakt het prima, hij kan zelfs al lopen. Ik heb foto’s van zijn eerste stappen, wil je ze zien ?”

“Een andere keer, Simone, als het niet geeft. Ik vrees dat ik een werkgerelateerde vraag heb. Heb je iets van Chinees voor Dummies of zo in het assortiment ?” Albert schrok lichtjes van de wenkbrauw die zijn favoriete bibliothecaresse optrok. “Oei, hebben jullie dat niet ?” Simone haastte zich om te antwoorden: “Natuurlijk wel, ik vind het gewoon opvallend. Je bent al de derde deze week die erom komt vragen. Normaal liggen die oriëntaalse taalboeken een dikke laag stof te verzamelen. Enkel zo af en toe een taalstudentje dat erom komt vragen.”

Cees liep ongeduldig maar zo onopvallend mogelijk rond tussen het publiek. Op het podium stonden drie volwassen mannen in Sinterklaaskostuum met bokshandschoenen aan op een drumstel te bonken. In hartje zomer, hoe grijs het weer ook geweest was. De gebruikelijke kring van Ewald Poulet keek aandachtig en met drank in hun handen naar Le Spanish Inquisition. Cees’ ogen speurden echter naar Karsten. Hij was al naar twee andere voorstellingen gelopen deze vroege avond maar had de Schoenlepeldichter nergens aangetroffen. Plots zag hij Karsten, verderop, tussen de drumslagen door een schoenlepel-kwatrijn reciteren.

De envelop werd in zijn hand gedrukt. Het was de eerste keer dat hij de opdracht in het parkje kreeg. De schimmige man die uit het niets achter hem opgedoken leek te zijn, verdween ook net zo vlug weer. Maar niet voor hij zacht had gemompeld: “Ik zie dat  je het horloge draagt. Goedzo. Zorg dat je het niet verliest.”

Aan Karsten’s pols prijkte een horloge. Zijn horloge. Cees wist genoeg en maakte zich stilletjes weer uit de voeten. In de straat klonken de drumslagen hem onheilspellend achterna.

 

Cultuurkiller (28)

Noordholten keek Albert van schuin boven zijn leesbril aan. “De Muskiet, zei je ? Ik heb je naam hier eerder gehoord. Jij bent die neuzige reporter van dat lokale sufferdje. Je kunt de samenwerking van dit korps voorlopig vergeten, De Muskiet. Men heeft hier strenge instructies van mij ontvangen geen verdere persmededelingen te doen.” Albert’s ogen schoten vuur. “Vrijheid van de pers betekent opeens niets meer, begrijp ik ?” blafte hij richting de inspecteur. “We zijn klaar hier, De Muskiet. Dit gesprek is voorbij. Persmededelingen zul je vanaf heden rechtstreeks van mij ontvangen. De hele zaak ligt te gevoelig om aan een halfbakken roddeljournalist van een kattebak-tabloidje z’n neus te gaan hangen.” Hij wenkte een agent die demonstratief naast Albert kwam staan. “Een goedendag verder.”

Stil grommend volgde Albert de agent het bureau uit. Wat een idioot ! Hij troostte zich met de gedachte dat hij zowel van de zaak als van de stad waarschijnlijk veel meer afwist dan die bovenrivierse kwal. Buitengekomen sloeg hij meteen rechts en liep met stevige tred naar de bibliotheek. Een kort tussen de grijze wolken doorschijnend zonnetje stak hem een hart onder de riem.

Cees ijsbeerde door zijn appartement. Gekooid als een tijger en met een klemmend gevoel in zijn borstkas. Het was wraak, wat hem overkwam. Het was koud en berekend, met chirurgische precisie. Eerst zijn partner, nu zijn titulaire opvolgster, zodat hij zijn opdracht niet kon volbrengen. Vervolgens die stomme hond, waarschijnlijk om het viswijf te overstuur te maken om nog nuttige informatie te kunnen geven. Zijn opdracht én het vinden van de dader zaten muurvast. Opeens stopte zijn furieuze tapijttred. Verbaasd keek hij de open badkamerdeur in. Zijn kraan was begonnen met druppen. Onmogelijk, dacht hij bij zichzelf. Het is midden op de dag, en die kraan drupte enkel om kwart over één ’s nachts.

Hij gluurde door het spionnetje van zijn deur naar buiten. Voor zover hij kon zien was er niemand op de balustrade van zijn appartementencomplex. Voorzichtig opende hij de deur en keek naar beide kanten. Niemand. Hij verliet stilletjes zijn flat en liep naar de ramen van zijn buren. De buren aan de kant van zijn badkamer. Hij wist niet wie ze waren en er had ook nooit een naam op de deur gehangen.

De ramen waren vies. Hij luisterde eerst zachtjes of hij iets binnen hoorde. Niets. Toen drukte hij zacht zijn handen op de ruit en gluurde naar binnen.

Zijn huid trok strak van de schok. Hij zag schoenlepels. Muren vol met schoenlepels.

 
« Older posts Newer posts »

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑