KutBinnenlanders.nl

Tag: Cineman (Page 2 of 2)

Cineman (4): Kunst van het Klein Krijgen.

Film van de dag: The Waiting Room (1995)

Ze dacht mij klein te krijgen. Mij. Zelfverzekerd klom ze op mijn schoot met een blik die wellicht bij een andere man effect had gehad. Die bij een andere man wellicht dwars door ziel en zelfverzekerheid had gesneden. Een blik die sprak dat ze het beroemde korte verhaal van Bukowski had gelezen waarin een vrouw de beruchte auteur tot miniatuurformaat krimpt. En dat ze dacht dat nu ook wel even te kunnen. Maar dan had ze toch buiten mij gerekend. De Cineman laat zich niet zomaar kleineren.

Uitdagend bleven haar ogen staren terwijl ze plagerig haar kruis over mijn schoot wreef. Ik staarde strak terug. Kalm. Maakte haar duidelijk dat het tot dusver geen nieuwe kost voor mij was. Even knipperde ze verbaasd maar vastberaden zette ze voort en boog haar décolletage in mijn gezichtveld. Een zinnenprikkelend glad ravijntje tussen ravissante bollingen, dat mocht worden gezegd. Maar nog altijd was er wel wat meer nodig om me warm te krijgen. Ik onderdrukte een lichte gaap.

Ze zag het en even schoten haar ogen vuur. Dat amuseerde me wel. Ondertussen vroeg ik me af waar ik dat ene artikel over torussen (tori? red) ook alweer gelezen had. Ambitieus zette het wrijven steviger aan en hoewel het me biologisch niet geheel onberoerd liet, werd het ook wat eentonig. Ik vroeg of ze misschien wat te drinken had. Ze stopte en staarde me ongelovig aan. Stapte van mijn schoot. Schonk met een beledigde uitdrukking een glas water in en reikte me dat met een dominant bedoelde positie aan. Ik dankte haar en nam een slok.

Ze zette het op een luid commanderen. Ik moest mijn meesters gehoorzamen, vuile slaaf die ik was. Ik zette met een zucht het glas water opzij en stond op. Welwillend liep ik naar het schandblok en licht verveeld schoof ik het open en ging er ontspannen in leunen, afwachtend. Misschien kon ze beter met dit deel van het gebeuren uit de voeten. Ik zag haar niet maar uit de stilte maakte ik op dat ze verbaasd was. Godbetert, dacht ik. Een onervaren amateurtje. Maar al vlot hoorde ik iets uit het speelrek gepakt worden. Ha, eindelijk gaat het ergens op lijken. Ik wachtte benieuwd af.

Met een klets zwaaide de zweep op mijn achterste. En nog een keer, en nog een keer. Harder, dacht ik. Ga nou gewoon eens los, meisje. Dit is drie keer niks. Klets, klets, klets. Ik kon het niet laten en schoof het schandblok terug open. “Kom eens hier met die zweep,” zei ik tegen het verbouwereerde latexmeisje. “Zó doe je dat.” En met de zweep zwaaide ik fors over mijn eigen billen. Kléts ! Juistem, dat lijkt er meer op. Ze keek me geschrokken aan. Blijkbaar was de demonstratie aan haar voorbij gegaan. Met een zucht gaf ik mezelf nog een paar goede zwiepen. Klets, klets, klets ! Stukken bil vlogen van mijn gestel af en vielen op de grond. Ik voelde het opluchtende warme bloed langs mijn benen stromen en keek haar verwachtingvol aan. Verbaasd keek ze naar de kracht waarmee ik mezelf stond af te straffen, en ik besloot dat het niets zou worden.

Ik gaf haar de zweep terug en trok mijn broek aan. “Je kunt een goede katholiek nooit overtreffen in zijn zelfkastijding,” grapte ik maar. Ze kon er niet mee lachen en zweeg. Ik verliet hoofdschuddend de ruimte.

Ik bedoel maar te zeggen, klein krijgen is een kunst, waarin je groot moet denken.

 

Cineman (3): Ontrafelen van het mysterie.

Film van de dag: Sleuth (1972)

Verbaasd keek ik ’s avonds op de deurmat. Nog één keer, voor de zekerheid. Maar hij was er nog steeds niet. De wekelijkse buurtkrant. En dat terwijl hij altijd op deze dag op de mat ligt. Doorgaans vroeg in de middag zelfs al. Éénmaal was hij later gekomen, richting de avond. Daarom had ik wat langer gewacht met mij zorgen maken. Maar het was nu avond en geen buurtkrant. Een zorgwekkende situatie. Mijn argwaan was ontwakende.

Het mij onthouden van cruciale informatie wekte allereerst nieuwsgierigheid op naar het mij onthoudene. Wat zou er in de buurtkrant staan dat ik niet mocht vernemen ? Zonder fysiek bezorgde buurtkrant werd het een moeilijke vraag om te beantwoorden. Maar noch belangrijker: wie had er baat bij om mij de krant te onthouden ? En hoezeer zou diens baat mij schaden ?

Ik besloot alras op onderzoek uit te gaan en greep mijn jas. Buiten aangekomen bleek het herfstig regenweer. Ik had echter mijn lentejas van de kapstok gegrist. Naast de onbezorgde buurtkrant een nieuwe zorgwekkende ontwikkeling. Was het weer nu ook al tegen mij aan het spannen ? Was er zelfs een samenhang of samenspanning ? Het baat van zowel de verdwenen zorgkrant als de herfstige regen moest enorm hoog zijn, als men er zelfs het weer voor manipuleerde. Een goed teken. Grote baten zijn makkelijker op te sporen dan kleine baten. Een groot baat zit niet snel in een klein hoekje, zo u wil.

Aldus rook ik onraad bij een grote baat. De eerste partij waar men aan denkt bij een groot baat, is een private partij, schoot het door mijn hoofd. Wellicht was er een bedrijfsbelang bij gediend om mijn deurmat buurtkrantloos te houden. Maar dat viel niet te rijmen met de regenval. Verdomd, dacht ik. De buurtkrant is informatie. Informatie wordt mij onthouden. Denk, Cineman, denk ! De meest voor de hand liggende partij die belang heeft bij controle over de informatiestroom is… de overheid.

En zo trapte ik op het Binnenhof woedend de deur open en brulde: “Oké, wat is er hier aan de hand ??” Enkele overwerkende kabinetsleden keken verschrokken op. “Cineman, waarom brul je zo ?” Ik bood mijn verontschuldigingen aan en legde hen mijn predikament uit. Zorglijke rimpels trokken in hun voorhoofden en ze deelden een bezorgdheid over mijn buurtkranteloosheid. Maar, zo verzekerden ze me, de regering had niets te maken met deze situatie. Ze hadden momenteel de handen vol aan alle boze reacties op het Koningslied, dat veel kwaad bloed had gezet onder het volk. Even overwoog ik hun woorden. Koningslied, kwaad bloed. Buurtkrant. Nee, besloot ik, er was geen voor de hand liggend verband. Dit was een overduidelijke red herring.

Ik volgde het spoor verder langs de Nederlandse Journaille, maar ook die ontkenden betrokkenheid. Vervolgens trok ik na of mijn buurtkrantbezorger een alibi had. Die was op geheimzinnige wijze verdwenen, bleek. Een vlugge financiële check bracht me in één helder inzicht bij de schuldige partij, en in mijn inmiddels doorweekte lentejas toog ik daarheen.

En zo trapte ik de deur in bij de Paraplu industrie, alwaar Big Umbrella bijeen zat en geschrokken naar me keek. Mijn krantenjongen stond bedremmeld in hun midden. “Cineman, maar hoe, hoe wist -” ik gebaarde hen te zwijgen en trok mijn jas uit. Demonstratief hield ik mijn doorweekte lentejas voor me uit. “U ziet, heren en dames, ik voelde náttigheid. Dat kon maar één ding betekenen. Ik werd met de regen doelbewust aangezet tot het kopen van een paraplu. Maar daarvoor moest u eerst mij buitenshuis hebben, in een crisissituatie waarbij ik onnadenkend mijn lentejas aan zou trekken. En daar kwam deze jongeman in het spel,” wees ik naar de krantenjongen, “en een vuil spel is het. Dit heeft u me nu al vaker geflikt. Inmiddels heb ik thuis al negentien paraplu’s in allerlei formaten en kleuren rondslingeren en u had me bijna zover dat ik mijn twintigste had aangeschaft. Maar het spel is uit !”

Beschaamd bekende Big Umbrella schuld en ik kreeg mijn buurtkrant. Thuis aangekomen kwam ik er echter achter dat ik mezelf buitengesloten had. En zo trapte ik mijn derde deur van de dag in. Zelfs een geniale geest kan niet aan álles denken, wil ik maar zeggen.

 

Cineman (1): Het belang van voorbereiding.

Film van de dag: The Untouchables (1987)

Middenin het treinstation stuitte ik plots op een zwangere kat in erbarmelijke staat. Ze lag bij de onderkant van een trap enorm klaaglijk te miauwen. Het geluid was ondraaglijk en ik, dierenliefhebber die ik ben, bukte bij haar. Plots zwijgend staarde ze met haar diepe groene ogen in de mijne en kalm rolde ze op haar rug. De benen spreidend. Ik besefte me wat er aan de hand was en pakte kloek uit mijn rugzak een mondkapje en hygiënisch ingepakte handschoenen. Ieder voorbereid, redelijk mens draagt die immers bij zich. Ik heb mensen gekend die deze attributen niét bij zich dragen, vandaar deze, ongetwijfeld onnodige uitwijding.

Kloek hielp ik de poes bij haar bevalling. Na een stroef begin kwam er een lieve kitten tevoorschijn. Ik veegde het dier schoon en het begon meteen te lopen. Veel tijd om er acht op te slaan had ik niet, want met een dwingende miauw bracht de moeder mijn aandacht bij de volgende boreling. Voorzichtig bracht ik ook dit hulpeloze wezen ter aarde, maar ik hield een half oog op de eerstgeborene. Alras waren ze samen aan het krioelen. Kun je van krioelen spreken als het slechts om twee wezens gaat, vroeg ik me af, of is er een minimum aantal vereist ? Veel tijd voor deze overpeinzing had ik niet, want het baren was niet voorbij.

Het baren ging ook verdomd lang door. Ik begon te zweten en vervloekte me dat ik deze nobele taak op me genomen had, want ik zat er nu mooi mee. Het was maar goed dat ik geen héél prangende afspraak had, ik kon het me veroorloven enkele treinen te missen. De ene na de andere kitten kwam ter aarde en er leek geen einde aan te komen. Inmiddels was er een ongewoon fors nest aan de kruiperij onderaan de trap gegaan en ik spitste bezorgd mijn oren toen ik een arriverende trein hoorde op het nabije spoor. Oei !

Ik haastte me om het kleine grut wat meer richting de hoek te jagen, mijn armen daarbij zo wijd mogelijk rekkend om ondertussen met mijn andere hand de volgende aandienende geboorte te assisteren. Daar kwamen de treinreizigers, met die typerende grauwe, onoplettende blik die mensen die zich te vaak naar plekken laten voeren krijgen. Het heet niet voor niets ver-voerd, zullen we maar zeggen. Zoals verrekt, versleten, verrot of verroest. De vervoerden daalden achteloos de trap af, hun grote lompe schoenen koersten vervaarlijk op het jonge viervoetige grut af. Ik zweette peentjes.

Wat ik ook probeerde, er bleven maar kittens bij komen en ze bleven verder en verder verspreiden. Ik deed mijn uiterste best om de beesten te beschermen maar enkelen dreigden vertrappeld te worden. Ik keek machteloos toe en liet mijn gespannen aden varen toen de fantasieloze groffe schoenen het nieuwe leven nét misten, eroverheen stapten. Ik joeg opnieuw de ploeg zo goed en kwaad het ging bijeen en hielp nóg enkele kittens ter aarde. De poes was duidelijk van de buitengewone vruchtbaarheid want er waren inmiddels een ruim dozijn nakomelingen aan het rondspartelen. Van pure ellende begon ik ze op te stapelen, maar daar bleven ze ook niet goed van op hun plaats. Tot ik het zweet van mijn voorhoofd afveegde en een idee kreeg. Met het klamme vocht plakte ik de katten op elkaar in een baksteenformatie. Dat leek ze te kalmeren: het warme vocht zal ze comfortabel hebben aangevoeld en het plakkerige zweet hield ze goed bijeen. Als een volleerd metselaar maakte ik een muurtje van kittens. Zacht miauwden ze, en door het uitmuntende vakmanschap dat ik in de constructie stak, trok de kleurig bonte muur de aandacht van de treinpassagiers. Verbaasd gingen ze stilstaan en keken ze toe. Hierop botsten de gedachteloos lopende achterliggers weer op hen en keken ook verbaasd naar de muur.

Binnen de korste keren was ik omsingeld door verwonderd volk, en de kat bleef maar baren. Ik voelde me in mijn element nu de kleine diertjes niet meer aan de zwerf raakten en besloot een tikje baldadig te doen. Met zachte hand jongleerde ik enkele van de borelingen, die daar verrassend vrolijk miauwend op reageerden. Sierlijk en met brede lach zwaaide ik hen door het luchtruim en tussen het opvangen door assisteerde ik de nog altijd barende moeder. Inmiddels moesten er al tientallen kittens ter aarde zijn gekomen, maar tijd om me daarover te verwonderen had ik niet. Ik had immers een publiek te vermaken. De mensen keken vol bewondering en ontzag naar mijn capriolen én mijn chirurgische vaardigheden, en maakten een massaal ‘oehhh’ geluid bij enkele uitgekiende maar vervaarlijk ogende hoge worpen met één aandoenlijke rosse kitten waar ik al van in de smiezen had dat die zich opperbest vermaakte. Van die jonge kat mocht het allemaal nóg wel wat spannender. Hij deed zelf een salto’tje in de lucht en spreidde theatraal zijn pootjes bij de neerwaartse val. Ja, die ene had aangeboren circustalent, dat zag ik zo.

Eindelijk was de moederpoes uitgebaard maar ik merkte dat ik veel te lang op dezelfde plaats had gestaan. Het ganse station stond inmiddels vol met toeschouwers en reizigers die door hen niet voor of achteruit konden, en door de drukte konden treinen geen passagiers meer op de perrons kwijt. Systematisch reden daarom de treinen door en sloegen het station over. Er werd al omgeroepen dat er door onvoorziene omstandigheden geen treinen vanaf en naar ons station meer zouden rijden tot de situatie opgelost was. Daar baalde ik fors van – door mijn edelmoedigheid had ik mooi mijn eigen reisbestemming gesaboteerd ! Er zat duidelijk maar één ding op.

Iedereen met een beetje basiskennis van de fysica kan u vertellen dat trillingen heel wat teweeg kunnen brengen. Sterker, de kleinste deeltjes van onze materie bestaan in sommige visies uit een soort trilling én materie. Hierdoor is het mogelijk dat elementaire onderdeeltjes van ons lichaam tegelijkertijd ook elders in het universum zijn. Met dat eenvoudige gegeven, dat voor een grote geest als mijzelf uiteraard gesneden koek was zodra ik het hoorde, besloot ik het nobele met het nodige te verenigen.

Puur geleid door mijn feilloze intuïtie plaatste ik de kittens in een uitgekiende formatie en begon hen te strelen. Zoals verwacht, begonnen ze luid te spinnen. Één voor één sloten ze de ogen, ontspanden zich, en trilden ronkend en genietend. Al snel klonk het gespin luider en luider, doordat hun trillingen elkaar versterkten. Precies zoals ik gehoopt had. Ik ging temidden van de spinnende katten staan en hoopte maar dat mijn ruwe inschatting er niet te ver naast zou zitten. De trillingen streelden over mijn huid, drongen toen door tot mijn vlees, en uiteindelijk voelde ik al mijn botten resoneren, tot in mijn schedel toe. Ik sloot mijn ogen en voelde – daar ga ik !

Elk deeltje in mijn wezen raakte in de ban van de trilling en schoot spontaan naar mijn plek van bestemming. Daar vonden ze elkaar terug en voor ik het wist, voelde ik andere grond onder mijn zolen. Zenuwachtig opende ik de ogen en merkte dat ik lichtjes abuis was. Ik stond niet voor de ingang van het gebouw waar ik moest zijn, maar bovenop het gebouw, en wel wankelend op de richel ! Paniekerig zwaaide ik met mijn armen toen ik me besefte dat ik achterover wankelde, maar plots voelde ik een licht object tegen mijn rug stuiteren. Ik draaide me verwonderd om en zag dat de acrobatische rosse kitten meegevibreerd was geraakt naar mijn bestemming. Speels en met goede zin erin had hij me uit wankeling gezwaaid en liefdevol spinnend kroop het beestje op mijn schouder.

Ik verliet meteen het dak via een deurluik omdat ik het niet zo heb op hoogtes na zo’n revolutionaire verplaatsmethode gebruikt te hebben. Zo kwam het dat ik me bij de receptie meldde bij een verbaasde juffrouw, die niet begreep waar ik vandaan was gekomen. Ik kon ook meteen terecht bij mijn afspraak, dat was mooi meegenomen. De rosse kitten plaatste ik voorzichtig vóór haar op de balie met het verzoek hem wat melk te geven en even goed te verzorgen tot ik terugkwam. Een diertje met zó’n circustalent dat bovendien je leven redt, daar hou ik wel van.

Na de afspraak namen de kitten en ik een taxi naar huis. Ik had al op mijn mobiel gezien dat voor de hele rest van de dag geen trein meer naar mijn station terugreed. Ik bedoel maar te zeggen, voorbereiding is alles in dit leven.

 
Newer posts »

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑