Ik wist niet meteen wat gezegd, ik deed er dan ook het zwijgen toe. Of dat wijselijk was? Hoe kon ik dat weten? Ludwig W. kon het weten maar ik?

Dat zou later kunnen blijken of net niet. Tijd doet er toe.

Toen aldaar de ander uitgesproken was en ook hij verder zweeg, konden we ons daarbij laten. Dat dacht ik althans. Het was immers genoeg geweest, me dunkt.

De ander stond op, stak dreigend een vinger uit naar mij en sprak: ‘Denk vooral niet dat ik het daarbij zal laten’. Terwijl dat dus precies was wat ik dacht. Had hij mijn gedachten gelezen?

Ook nu weer wist ik niet wat gezegd en glimlachte. Als laatste.

 
Marc Tiefenthal
Marc Tiefenthal
In tijden van toenemende verdomming en groeiend nationalisme is het gepast, ha, erop te wijzen dat Marc Tiefenthal gemakkelijkheidshalve kan worden gecatalogeerd als Belgisch dichter, die zowel in het Nederlands als het Frans schrijft. In diezelfde context, stijgende verdomming en toenemend nationalisme, vraagt menigeen zich af waar de dichter verblijf houdt. Daar hij op twee plaatsen in de wereld verblijf houdt, dit is bilokaal woonachtig, heeft hij op het Groot Smoelenboek van de heer Sukkelberg, voor de lol Bobigny als woonplaats opgegeven. Kom hem daar maar niet bezoeken. Evenmin als in Menen, Ieper, Leuven, Bossière, Brussel, Antwerpen noch Temse, waar hij ooit gewoond heeft.