Wanneer een grote regenbui de zuidelijke Nederlanden teistert. Ben ik één der vele fietsers die zich door de straten van Eindhoven beweegt op weg naar het station om na een dag lang te hebben gewerkt weer terug naar Tilburg te gaan. Een vrouw leert dankzij mij een heel belangrijke les: verkeersregels gelden óók wanneer het hondenweer is.

Wanneer ik vertrek van m’n werk is het nog droog. De wolken zien er dreigend uit maar ik wil naar huis. Dus fietsen maar.

Al snel voel ik de eerste kleine druppeltjes. Eerst op mijn kale hoofd,  maar dan vormen zich de eerste donkere plekjes zich op mijn broek. Ik ga een versnelling hoger (lees: ik ga harder trappen) maar een regenbui blijf je niet voor.

Het gaat steeds harder regenen en voor ik het goed en wel besef regent het alsof de zondvloed weldra zal aanvangen.

Door dikke koude druppels, aangezwierd door de wind, word ik genadeloos gegeseld. Hier en daar lijken kleine hagelstenen zich in deze waterzweep te herbergen welke als enig doel hebben mij te tergen.

De Eindhovense verkeerslichten zijn volgens mij ooit ingesteld door een middelmatige eerstejaarsstudent planologie en verkeerskunde lijdend aan dyscalculie met een ernstig motivatiegebrek.

De verkeerslichten in Eindhoven zijn normaliter al een bron van tenenkrommende ergernis maar op dit moment zou ik uit pure frustratie mijn haren uit het hoofd kunnen trekken. Door gebrek aan haar op mijn edele scalp lijd ik in stilte terwijl ik wacht op het groene licht.

Uit voorzorg heb ik reeds enige afstand genomen van de almaar groter groeiende plas hemelwater voor mij alwaar sommige automobilisten zonder enige terughoudendheid, kennelijk met enig sadistisch genoegen, doorheen rijden.

Wanneer het licht op groen springt moet ik die grote plas trotseren met als gevolg dat mijn sokken ineens kleddernat zijn. Een obscene krachtterm springt van mijn lippen. Maar ik fiets stoïcijns verder.

Niet lang daarna komt het centraal station van Eindhoven in zicht. Velen hebben hun toevlucht gezocht onder afdakjes en overkappingen. Ik ga verder; immers ik ben toch al nat.

Naast mij rijdt een vrouwspersoon. Haar gelaat ingesnoerd in de zuurstokroze capuchon van haar jas die zij strak heeft aangetrokken. Aangezien haar snelheid in mijn optiek té laag is besluit ik haar te passeren.

Juist op dat moment besluit zij naar links te willen afslaan zonder vooraf te hebben gekeken of de richting te hebben aangegeven. Hetgeen erin resulteert dat zij mij pas opmerkt wanneer zij haar fietsstuur reeds naar links heeft gedraaid en dus schrikt van het obstakel wat ik op dat moment vorm voor haar. Ik weet nog net uit te wijken maar zij verliest de macht over het stuur en valt pardoes met haar fiets in een grote plas water.

Ondanks dat ik drijfnat ben zal ik me deze regenbui met een glimlach op mijn mond herinneren.

 
Leviwosc
Leviwosc
Een nerd of een geek, een melancholisch geaarde Bourgondische zuiderling met een no-nonsense mentaliteit. Xenofiele, prescriptieve, rebelse taalliefhebber en grammar nazi. Gecharmeerd van barbarismen en een voorliefde voor grove humor en sarcastisch relativisme. Een antisociale socialist met liberale neigingen. Een poëtische Sodomiet en sapioseksueel geïntrigeerd door het Oude Testament; doch atheïstisch, antiklerikalist en filosofisch agnostisch. Vadervrij en kindervrij maar helaas partnerloos. Een snelle prozaïsche fineliner, maar een trage ganzenveer voor poëzie. Sinofiel, cinefiel, bibliofiel, italofiel en scriptofiel; maar misantroop, pedofoob, loner en wannabe kluizenaar.