Terwijl die dekselse blauwe bol maar weer eens om zijn as draait, is Otto op weg naar…ja wat ook alweer. Ach is dat nou zo belangrijk; weten waarnaar je op weg bent? Neen! Zeker niet als het de onwrikbare president grootaandeelhouder betreft. Die reist zijn eigen reizen wel, zonder zicht op doel of bestemming. Otto, die gaat zijn eigen gang zonder pottenkijkers en verstekelingen. Ook nu. Hij zit dus op weg naar iets ongedefinieerds in zijn bolide en beroert het gaspedaal met zijn door zwart babyalpacaleer omhulde voet. De andere met zwart babyalpacaleer omhulde voet bedient de koppeling. Alléén de koppeling, want aan remmen doet Otto niet. Hij heeft namelijk ontheffing van verkeersregels en dat maakt remmen zowat overbodig. Bovendien is hij de mening toegedaan dat het aan andere weggebruikers is de remmen te gebruiken, aangezien hij boven het trappen op rempedalen staat.
Otto zit in zijn nieuwe bolide. De vorige bolide, die ooit ook eens nieuw was, achtte hij toch niet zwart genoeg. Deze is zo zwart als een zwart gat en dat is zo ongeveer het zwartste zwart denkbaar, vermoedt Otto. Totdat hij op een nog donkerder zwart stuit, zal deze auto moeten voldoen. ‘Maar zodra hij niet zwart genoeg blijkt, donder ik je er uit!’ buldert hij door de met vacht uit de dijen van drachtige moefflon vrouwtjes gevoerde coupé. Een golf van plotsklapse eenzaamheid overspoelt hem als hij beseft dat niemand in dit universum, en waarschijnlijk vele vele anderen, ook maar enigszins in de buurt van zijn sexappeal kan komen. Hij staat helemaal op het hoogste puntje van de sexappeal – piramide en er is niemand maar dan ook niemand die hem daar kan benaderen. Otto tuurt vanaf zijn piramidetop naar beneden, de diepte in, maar ziet mens noch vis. Hij is helemaal alleen met zijn sexappeal.

 
Gerrie S. Veters
Gerrie S. Veters
Man (32 en/of ouder).
Zie @Elagabalus_