KutBinnenlanders.nl

Dag: 11 september 2012

Stad Spreek Tot Mij (17)

STAD SPREEK TOT MIJ

Stad van liefde, stad van haat, stad van gestoorden, stad van kwaad. Stad van schreeuwers, fluisteraars ook, stad van helderheid, stad van rook. Stad van doeners, stad van denkers, stad van criminelen, stad van krenkers. Stad van angsten, dood en bederf, stad van vreugde, afgebladderde verf. Stad van eenzamen, stad van verdriet, stad spreek tot mij, onthoudt mij uw woorden niet. Stad van mij, van jou, stad van ons allemaal, stad bewaar uw geheimen niet, vertel mij uw verhaal.

Arjan O.

 

Hofnar van de ondergang (41)

Diederik opende een keukenkastje. Borden. En etenswaren. Verrassend ordelijk opgesteld. Hij staarde er even naar. Bedacht zich wat een vrije ziel Nathalie gebleken had te zijn, terwijl haar kast oogt zoals zijn koelkast ooit oogde. Alles netjes bij elkaar, makkelijk terug te vinden, in één oogopslag te inventariseren op aankomende tekorten zodat bij het boodschappen doen er effectief rekening mee gehouden kan worden. Hij staarde, dit overpeinzend, naar een blik soep tot hij besefte dat er een briefje aan geplakt hing.

Diederik twijfelde. Zou hij dit briefje mogen lezen ? Hij was hier tenslotte op andermans privé-terrein. Niet dat hij zelf nog echt privé-terrein had om van te spreken, maar toch aarzelde hij. De nieuwsgierigheid won het van de opvoeding en hij keerde het briefje om.

Art imitates life. We zijn allemaal blikjes Campbell’s.

Diederik staarde naar het briefje en wist nu nog niet of het voor hem bestemd was of niet. Hij krabde op zijn achterhoofd. Dit was, zonder enige twijfel, een bijzondere vrouw. Geen vrouw waar zijn moeder hem ooit op voorbereid had, zoveel was zeker.

Zijn moeder! Hij bedacht zich dat hij haar zou moeten bellen. Ze zou zich ongetwijfeld enorme zorgen maken. En hij wou ook weten hoe Woef het stelde. Zijn arme hond, het beest kon er ook niets aan doen dat het baasje opeens in een kolkstroom van waanzin beland was. Met weemoed dacht Diederik terug aan zijn ordentelijke leventje. Zijn rustige appartement. Wandelen met de hond. Af en toe een biertje met Stan en lekker sport kijken op TV. Hij was in een drastisch ander leven beland. Zou hij er nog ooit in terug passen ? Zou hij terug kunnen naar de magnetronmaaltijden op schoot en de regelmatige dagindeling ? Zou hij terug kunnen naar zijn baan ?

Zijn gezicht krampte onvrijwillig. Nee. Zijn baan was geen optie meer. Hij zag zichzelf daar niet meer zitten, tussen de minuten tellende digitale galeislaven van een nietsbetekenend schip met een regenboogmannetje in de vlag. Hij kon het zich niet meer voorstellen. En met die gedachte vielen de nostalgische beelden van zijn ouden leven in scherven uiteen. Het één kon niet zonder het ander. Een zwaar gevoel van vermoeidheid en droevigheid overviel hem, en voor hij het goed en wel wist biggelde de eerste traan. En zat hij daar, aan de ontbijttafel, in andermans appartement, te snikken boven zijn koffie.

Zacht kuste Stan haar wakker. “Goedemorgen lieverd,” sprak hij gedempt.
Haar ogen gaven woordeloos antwoord op de overbodige vraag hoe ze geslapen had. Stan vroeg het tegen beter weten in toch. Het antwoord was zoals verwacht. “Geen oog dichtgedaan van de pijn,” bracht ze moeizaam uit. Stan knikte. Kuste haar voorhoofd. “Binnenkort komt het goed. Beloofd. Hou nog even vol, ik ga zorgen dat de pijn weggaat.”

Zwijgend opende hij in de andere kamer zijn laptop en checkte zijn mail. Ondanks de meervoudige meldingen op de website dat de veiling inmiddels gesloten was, bleven de zelfmoordfantasieën met duizenden tegelijk binnenstromen. Wrang bedacht Stan dat dit toch wel een gat in de markt was gebleken. Al die mensen die dood wilden. Of er in ieder geval actief over nadachten. Misschien wel dagelijks. Misschien lagen ze in hun bed, ’s ochtends, en drukten ze meermaals de wekker op snooze, om zich dan starend naar het plafond hun fantasiedood voor de geest te halen. En dat terwijl zij elke dag moest vechten om…

Stan schudde de bittere gedachte van zich af. Daar konden al die zelfmoordfantasten ook niets aan doen. Alleen hij kon er iets aan doen. Met de hulp van die stumperds. Hij krabde aan zijn kin. Opende nogmaals de door Alain doorgestuurde e-mail van het topbod. Het bedrag was overweldigend. Op het zieke af. Hiermee waren in één klap zijn problemen opgelost. Haar problemen. Hij zuchtte en dronk van zijn koffie. Daarna stond hij op van zijn stoel en trok een overhemd aan. Tijd om weer dapper de onwerkelijke werkelijkheid in te stappen.

 

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑