KutBinnenlanders.nl

Dag: 4 februari 2012

Uit de oude doos

Als je je zolder opruimt, vind je nog eens wat. In dit geval een handgeschreven tekst. Die ik meteen herkende. Ik had die namelijk, overgeschreven op een toiletrol, voor mijn neus toen ik op het vijfjarig bestaan van Probeersel.com, tevens de avond dat ik samen met (wijlen) Troy Titane het nachtburgemeesterschap aanging. En ik las die op. In een microfoon. Met een zonnebril op en mijn haar achterover gevet. In het zwart gekleed.

Omdat het een grappige tekst is geworden, doe ik ‘m hier nog een keer voor u. Aangezien het luisterend publiek op dat moment – het was nog vroeg op de avond – hooguit een paar dozijn aanwezigen telde. Later die avond was het stam-pens-vol maar toen nog niet.

BROL

De dichter gaat zitten in het spotlicht
En ziet de ironie daarvan niet in
Met een serieus gezicht staart hij de zaal in
Met een grimmige dronkenlap-kop kijk ik terug
Ik weet wat hij me gaat geven:
Hoofdpijn.
Maar gelukkig.
Het is van het tijdelijke soort.

Hij slaat de bundel die hij reeds de hele avond met zich meedroeg
Met een kaft, ontsierd door zijn naam
uitgegeven door een uitgever die enkel smaak heeft in subsidies
Open op vooraf, in een illusie van diepzinnigheid gekozen pagina
En gemarkeerd met een post-it
Één van vele, zie ik reeds, terwijl ik een vieze smaak krijg in mijn mond.

Hij haalt adem. In mijn hoofd duurt het een eeuwigheid.
Ik wou dat hij lucht tot zich zou nemen tot hij als een niet langer
Elastische ballon uit elkaar zou knappen. Maar helaas.
Brol. Brol rolt van zijn lippen. Willekeurig gekozen taalverkrachtingen
Van het soort dat domme meisjes doet duizelen.
Met een stalen gezicht en zonder zelfs interne humor
Kraamt hij klinkklare onzin uit. En denkt hij dat hij zijn publiek roert.

Ik wil een dartpijl naar hem smijten.
Geen zwaar, scherp wapen. Dat is hij niet waard.
Spoedig is dit weer over en kan ik ongestoord door drinken.
Een zwaar wapen moet je werpen naar dodelijke vijanden
Of mooie vrouwen in de zomer.
Een dartpijl is het enige dat een dichter verdient.
Prikkend, dwars door de bubbel van prententieuziteit die hun voordrachten omringt.

Ik heb geen dartpijl om te werpen. Enkel het woord brol.
Ik roep het, luidkeels. Het publiek kijkt eerst verbaasd geschrokken.
Maar dan begint het te lachen. Blij dat iemand het zegt.
Beseffend dat zij dit niet als enige dachten. Brol.

Brol is textuurloos, geurloos, reukloos. Het heeft de durf niet om
Te stinken zoals stront. Kleverig en vies sijpelt het tussen je vingers
Door. De tiende cirkel van de hel bestaat uit pure brol maar de duivel
Zelf weet dat niet eens, want hij kan het niet zien.
Daar gaan alle dichters heen na hun dood.
Verzuipend in kleurloze vergetelheid.

God, wij spreken elkaar niet vaak, ik weet het.
Enkel wanneer ik het met uw werk oneens ben.
Maar alsjeblieft – maak alle dichters blind
Zodat zij de meisjes niet meer zien.
Hiermee verlost u hen, de meisjes en de hele mensheid
uit hun lijden.

Amen.

 

De Macht van de Panterlegging

Al heb ik modieuse genen, ze komen niet of nauwelijks tot uitdrukking. Sinds jaar en dag loop ik in dezelfde cargobroek, die ik een keer in de 5 jaar per 10 tegelijk bij C&A insla, om van het vreselijke karwei dat shoppen heet af te zijn. 

.

Een Surinaams-Hindoestaanse vriendin is dat een doorn in het oog. Na jaren te hebben geroepen dat ik naar zus en zo voor winkel moest gaan, gooide ze het op een andere boeg: nu geeft ze me kleren cadeau.

Laatst kwam ze aanzetten met een wollen jurk tot net onder de bil. Als je zoals ik normalitair een uniform draagt (het uniform trui + cargobroek), dan ben je kwa combinaties snel klaar. Nu had ik een probleem, want zo’n wollen jurk draag je niet zomaar. Daar moet van alles bij. Daar moet iets onder-boven, want het kribbelt, en iets onder-onder, want je kan niet met blote benen over straat, zeker niet als je richting de 50 gaat, en bovenal niet als het -10 vriest, uitgerekend het tijdstip wanneer je zo’n kledingstuk draagt.

Ik moest dus naar een winkel die ze mij had aangeraden. Op de Dappermarkt. Vol met pikzwarte negerinnen. Dan weet je: hier hebben ze leuke kleding. Bingo. En niet alleen voor bottige preien met anorexia, zoals in de Kalverstraat. Nee. Ook kledij met aandacht voor flinke boesems, met verdoezeling voor de buik, kortom, met egards voor de vrouwelijke figuur. Allemaal het hipste van het hipste. Op zoek naar een “skinny pantalon”       (v/h stretchbroek, de opdracht van vriendin) stuitte ik op een rek vol leggings met panterprint. Waarachtig: Leggings met Panterprint. Kent u die nog? Zelf dacht ik dat ze uitgestorven waren.

De Legging met Panterprint. Die was in zwang rond 1980, toen ik bij de geweldige strakke broeken met carnivorenmotief (het woord legging had je toen nog niet) kwijlde die mijn medepunkers droegen. Ik was toen echter nog niet zo ver dat ik kon achterhalen waar zoiets te koop was, dus bleef het bij kijken. Daarna een tijdje niets meer, tot ergens in de vroege jaren ’90 out of the blue hordes Tokkie-vrouwen Leggings met Panterprint gingen dragen. Wederom fonkelden ze als juwelen in de nacht, maar helaas, shoppen deed ik nog steeds niet dus bleef de bron ervan voor mij verborgen.

Maar nu had ik ze. Voor mijn neus. Bij de vleet. Helaas waren het er maar drie in mijn maat, dus nam ik ze allemaal. Er gingen vast jaren voorbij eer ik me weer op het winkelpad begaf, dus was het hamsteren geblazen. Sindsdien is dit mijn nieuwe uniform. Wie schetste mijn verbazing toen ik merkte dat dat niet zonder bijeffekten ging.

Vorige week stopten opeens abnormaal veel auto’s voor mij. Ik hoefde enkel een drukke weg te naderen, dat er spontaan op de rem werd getrapt. Een keer: “Leuk! dank u”. Twee keer: “Te gek, bedankt!” (voor de buitenstadsers onder ons: in Amsterdam stopt een auto of een fietser nooit tenzij aan de grond genageld door de straal van een vliegende schotel) Derde keer: “Doet u dat voor mìj?” (ik kijk om me heen) “Ja? Thanks!”

Vanmorgen viel het kwartje. Het was spitsuur. In het spitsuur kun je op het asfalt gaan liggen stuiptrekken en kwijlen zonder dat maar één weggebruiker daar enige aandacht aan besteedt. Maar dan ik: ik fiets terug van school, met mijn Panterlegging, en pats! Een auto gaat vol op de rem. Ik mocht door. Toen begreep ik de Magie van de Panterlegging. In Amsterdam moet je blijkbaar een Legging met Panterprint aandoen om fatsoen bij de mannelijke bevolking te kweken. Ik werd heel erg vrolijk van deze ontdekking.

Ik moest nog naar de Vomar, met de fiets aan de hand, half lopend half kruipend vanwege geniepige gladheid op het wegdek. Kom ik binnen is de vloer gedweild en ging ik bijna onderuit – het gevaar is ook nooit waar je denkt. Eenmaal klaar met mijn fourageeraktie loop ik naar buiten met 3 tassen vol, om met ergenis vast te stellen dat een of andere troela haar fiets zo dicht tegen de mijne heeft geparkeerd dat ik niet bij de fietstassen kan. Een man ziet dat, en schiet mij spontaan en snel te hulp: hij doet de generende fiets weg, houdt mijn fietstas open, dan de andere, tot alles aan kant is. Hij wijst naar het bos kersentakken dat uit mijn tas steekt:
“Is det voor maij?” zegt hij grappend.
“Jaa!” roep ik, en reik ze aan.
“O maar det ken ik toch niet âânneme schet, me frrâuww zoo vrââge stelleuh.”
“En helemaal als ze wist dat de geefster een Legging met Panterprint droeg!” denk ik dan terwijl ik wegfiets.

Onderschat ook nooit de Macht van de Panterlegging.

 

© 2021 KutBinnenlanders.nl

Theme by Anders NorenUp ↑