“Of ge ’t moogt opnemen, oei. Dat moet ik even vragen hoor,” en weg was ze, de gang in rennend naar haar afdelingshoofd. Ik staarde alvast geamuseerd naar de gekleurde prent die duidelijk maakte welke drie stadia er hoorden bij de gemiddelde inburgering. Ze kwam even later, lichtjes hijgend, weer terug. “Nee sorry, dat ligt een beetje moeilijk. Als u nu gewoon had opgenomen en niets had gezegd, was er waarschijnlijk niets aan de hand geweest.”

Zo zat ik gisterenmiddag het contract te tekenen voor mijn inburgeringscursus. Mijn trajectbegeleidster had, bij het melden aan de receptie gebleken, pal naast me gestaan, pratend met twee cliënten van voor mijn afspraak. “Het was helemaal niet wat je ervan verwacht had hè,” ving ik op van de vrolijk pratende jonge vrouw. De receptioniste wees haar aan toen ik de per mail aangegeven naam vroeg. Nadat haar cliënten de glazen deur door waren, draaide ze zich enthousiast naar mij op en vrolijk babbelend begeleidde ze me naar de lift.

“Ik heb een primeur,” vertrouwde ze me toe. Het werd me niet direct duidelijk wat die primeur wel was, maar dat zou spoedig volgen. “De meeste Nederlanders die zich hier vestigen, laten die cursus gewoon schieten van ‘wat moet ik ermee’. Dus u bent mijn ‘eerste Nederlander’, zogezegd,” lachte ze. “Mijn bazin zei nog, pas maar op, straks is ’t nog een journalist.” Voorzichtig bracht ik maar direct de afspraak met u, het KutBinnenlanders-publiek, ter sprake, wat uiteraard tot meer hilariteit leidde. En de schets uit de inleiding toen ik vroeg of ik het gesprokene allemaal mocht opnemen. Mocht dus niet, sorry allemaal.

“Het inburgeringstraject beslaat hier drie delen. Allereerst is er het gedeelte Nederlands leren, maar dat is echt heel basaal. Van die dingeskes als hallo zeggen, de weg vragen en klok kunnen kijken, waarvan ik denk dat u dat vermoedelijk wel op uw derde al geleerd hebt allemaal, is ’t nie ? Dus dat kunnen we wel laten schieten, daar krijgt u een vrijstelling van mij voor. Het tweede deel is de Maatschappelijke Oriëntatie, dat kunnen we in allerlei profielen aanbieden, afhankelijk van wat u ervan wilt leren. Bijvoorbeeld, u kunt het puur leren voor wanneer u enkel thuis wilt zitten en niet werken, maar u kunt ’t ook op professionele insteek leren, dat is dan arbeidsmarktgericht, of meer educatief, dat u weet hoe het scholingssysteem werkt, of op familie-basis, dat u weet hoe dat hier allemaal zit voor vrouw en kinderen en zo. En dan binnen dat profiel kunt u nog verder kiezen welke onderwerpen u ’t liefst meer van wilt leren.”

Ach, à la carte, grapte ik. “Jaaaaa, ja precies, wij zijn hier heel erg à la carte,” giechelde ze nadat ze me had doen herhalen wat ik zei omdat ze me de eerste keer niet goed verstond. “En dan is er nog het derde deel, dat is de Loopbaan Oriëntatie, dat is o.a. een screening bij de VDAB, van in hoeverre u klaar bent voor de arbeidsmarkt.”

Ik probeerde dat deel ook vervallen te krijgen, maar ze wou ’t me toch per se aansmeren, ondanks dat ik toch al beduidend wat gewerkt had op den Vlaamsche bodem. “Nee maar er zijn echt heel veel handige dingen die u daarbij kunt leren, plus zo’n screening bij de VDAB, dat kan ook geen kwaad, want bij het loket, waar u blijkbaar al een paar keer geweest bent zoals u zegt, weten die mensen daar ook niet altijd hoe en wat voor uw situatie. Bij die screening kunt u ervan uitgaan, die weten dat allemaal wel hoor. Nee, het is echt beter. Zal ik dat ook maar aanvinken dan ?” Ik kon geen nee zeggen, vooral omdat het enkel meer interessante informatie zou kunnen opleveren wellicht voor stukkies hierzo.

Mijn E-card, zeg maar mijn ‘vlaamse verblijfspas’ werd door een kaartlezer gehaald (“Probeer ik dat ding tenminste ook eens uit”) en daarmee kwam in enkele klikjes mijn totale set aan gegevens uit de printer en via haar vingers op het toetsenbord in het benodigde eigen registratie-systeem voor cursisten. Stap voor stap liepen we door de benodigde gegevens. Arbeidservaring, huwelijkse-, woon- en anderszinse statussen werden doorlopen, de talen die ik sprak enz enz. Daarmee werd ik geregistreerd, vervolgens werd ik ‘gereserveerd’ voor een cursus, en daarmee werd dan het contract opgesteld. Op het kleurrijke overzicht stond ’60 uur’, wat mij zorgen baarde, maar ik krijg, get this, een individuele lerares in vier blokken van drie uur, in overleg tussen haar en mij te bepalen.

“Dat komt omdat de aanmeldingen voor een cursus in uw taal te laag zijn, dan kiezen we vaak liever voor individueel.” Ik ga de belastingbetaler fors knaken kosten, dat begint alvast goed en ik klaag allerminst. “Aangezien het individueel is en zo’n beperkt tijdsbestek, denk ik eigenlijk dat we wel als eis kunnen stellen dat u 100% van de tijd aanwezig moet zijn om het te halen,” begon het ingewikkelde verhaal, dat er echter op neerkwam dat ik max 50% (2 van de 4 dus) lessen mag missen ‘zonder boete’, maar dan moet ik alsnog die lessen ook inhalen. Het boetesysteem is schijnbaar pas sinds eerder dit jaar ingevoerd, dus ze wist niet hoe hoog die boetes normaal gesproken zouden zijn. “Meestal delen we niets uit, eerder een soort waarschuwing van come on, wel een beetje meewerken hè. Maar als iemand er nu echt met de pet naar gooit en zo, ja, dan kan het wel eens een boete van 250 euro worden, wat dan na een tijd best kan oplopen tot 2500 euro of zo. Niet-verplichte inburgeraars gelijk u, die beboeten we eigenlijk sowieso veel minder, maar ik kan u aanraden niet te gaan uittesten hoe hoog dat kan worden.”

Ik besloot het ietwat warrige verhaal niet verder te verwarren met de theoretisch-wiskundige vraag of, als ik 2 lessen mis, dan 2 lessen in moet halen maar er daar weer 1 van mis, dat ook niet 50% is, en dan dus ad infinitum de helft van de helft enz. Ik dacht er heel eventjes aan en glimlachte in mezelf. Achilles en de schildpad.

“Aan ’t eind van het traject, als alles in orde is, dan krijgt u een mooi inburgeringscertificaat dat u mooi boven uw bed kan hangen. En daar zal het dan ook waarschijnlijk blijven hangen, het is niet dat u dan opeens meer geld krijgt of zo, eigenlijk hebt u er niet veel aan. Hebt u nog vragen ?” Nee, het was me helemaal helder.

Wat een heerlijk, sympathiek, ongedwongen systeem is dat, als je ’t vergelijkt met de inburgerings-horrorverhalen in Nederland. Misschien is ’t mijn status van niet-verplichte inburgeraar, maar ik heb zowaar best zin om hieraan te beginnen. Komt mooi uit, want ik heb dus wel een krabbel gezet hè mensen. En Achilles en de schildpad ten spijt, ik heb dus nu nog 12 uur aan persoonlijke les, mogelijke ‘thuisopdrachten’, en een screening bij de VDAB (zeg maar hun Arbeidsbureau) tegoed. En u dus ook.

 
René van Densen
René van Densen (1978) is een cynische dromer, een lachende pessimist, een realistische romanticus, een honklosse kluizenaar, een intelligente mafkees, een bedachtzame schreeuwer, een podiumschuwe polderpoëet, ex-nachtburgemeester van Tilburg, ex-striptekenaar, ex-schrijver, ex-webdeveloper, ex-vuilnisman, ex-kind en ex-volwassene, ex-burger, en kattenpapa van een Gentse terror kitten. Eerste Nederbelg die toetrad tot de Wolven van La Mancha. Maar is uiteindelijk niet zo van de collectieven. U treft hem uitsluitend in vrouwonvriendelijke omgevingen aan, en die nieuwe roman van hem komt ook nooit af. Werd al eens omschreven als "onbegonnen werk" door een prachtige blondine.

www.renevandensen.nl
Meer René op Facebook !