XML: RSS Feed XML: Atom Feed Add to Google
Thomas M. van der Zwan
Dromerige KutBnnenlander


« Februari 2010 »
Z M D W D V Z
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28            
Tegeltjes!



Probeersel Fillumpiess

'Van De Daken' a.s. zondagmiddag  13 8


De lente vieren met een middag poëzie? Of enkele van uw KutBinnenlanders.nl helden in vlees en bloed aanschouwen? Dat kan op zondag 25 april in Paradox, Tilburg. Dan is de eerste editie van ‘Van de daken, een implosieve middag’. Vanuit verschillende kunstdisciplines wordt een brug geslagen naar de dichtkunst. Van muziek en dans, tot beatbox en theater. Het programma begint om 15.00 uur. De toegangsprijs is €5,-.

Het programma is lekker afwisselend. En spannend, want we gaan een aantal kunstvormen met elkaar bestuiven. Benieuwd wat dat oplevert? Zorg dan dat je erbij bent in Paradox. En kom op tijd, want we beginnen precies om 15.00 uur!

Deelnemers: beatboxer Niek Dingemans, Esther Porcelijn, A.C.G. Vianen, Tilburgs stadsdichter Cees van Raak, Nick J. Swarth, Niels Duffhuës, Bandirah, Elsa Bosma, Thomas Maarten van der Zwan, Tom Pijnenburg en Frank van der Nieuwenhuijzen. Presentatie: A.H.J. Dautzenberg.

Kickass  7 5

(fragment uit 'Heilig Solipsisme' van T.M. van der Zwan)


De volgende ochtend zaten wij om zeven uur te vernikkelen in de huiskamer. De centrale verwarming moest nog op gang komen. De tafel stond nog vol met de lege glazen van het Ramses Shaffy requiem. We hadden al ontbeten en ons gedoucht en aangekleed.

      Ik droeg een grijs pak die voor mij veel te groot was, met daaronder een zwarte blouse die mij veel te krap zat. In kleding kopen ben ik geloof ik nooit zo goed geweest. Vaak sta ik in modewinkels na vijf minuten al te schelden op de kutmuziek die men daar draait. Toen ik een kassameisje eens vroeg of zij geen zelfmoordneigingen kreeg met die radio heel de werkdag aan, vertelde ze me dat je het op een gegeven niet meer hoort. Dat vind ik nog altijd grappig. Het gebeurt namelijk overal in de wereld dat mensen zo gewend zijn aan afschuwelijke dingen, dat ze niet eens meer echt lijken te gebeuren.

      -“Agendapunten opzetten.” begon Bingo plechtig.

      “Elke grote rockband uit de geschiedenis begint met data prikken.

      Ik weet zeker dat U2 zonder agenda’s nooit zo groot had kunnen worden.”

Hij haalde even diep adem, en vervolgde op gewichtige toon:

      -“Alle bands zijn in het begin net als wij nu: wel kickass, maar niet. Nog niet. Dus, we hoeven alleen maar onze agenda’s te trekken en een paar dagen uit te kiezen waarop we kickass gaan worden.”

Bingo was trots op zijn eigen plannen. Dat bewonderde ik altijd aan hem. Wie in deze wereld niet trots is op zijn plannen, kan maar beter een grafsteen uit gaan zoeken. (meer)

Schlampe In Sheffield  8 5


Härry: Rudi, ich wolle gerne ein Zecher werden.

Rudi: Du meinst ein mutterfickende P-I-M-P? Wie 50 Cent, der Gangster und Rapper, mit so viele schöne Frauen und große Fahrzeugen? Willst du so einen Neger werden? (meer)

Holden  8 3


-So once in a while, now, when I get very depressed, I keep saying to him, “Okay, go home and get your bike and meet me in front of Bobby’s house. Hurry up.”

Op aanraden van Anton Dautzenberg las ik twee jaar geleden het boek. Ik meen mij te herinneren dat ik op een bepaald moment zelfs zat te huilen. Sommige passages waren zo krachtig, dat ik de pocket telkens weer dicht moest doen, en apathisch naar die vreemde rood- wit-gele kaft staarde.

Waarom paste die kleuren zo goed bij wat ik las? Was dit autobiografisch? Kon een mens dit wel verzinnen?

Holden Caulfield deed mij in het eerste hoofdstuk al denken aan een goede vriend van mij. Deze leest nog altijd zelden boeken, maar met The Catcher In The Rye is het mij gelukt om hem aan het lezen te krijgen. Hij kreeg het zelfs uit. Of hij zichzelf herkende in Holden weet ik niet, wellicht zag hij op zijn beurt weer gelijkenissen met andere mensen. Misschien zelfs met mij.

Het leven is vol vreemde cirkels die op een soort dwaze metafysische wijze ontstaan. Toen dezelfde man die mij The Catcher In The Rye aanraadde, mij gisteren vertelde dat Salinger overleden was, werd dat maar weer eens bevestigd.

Ik kocht het boek bij de Selexyz in de Emma passage, samen met Aldus Sprak Zarathustra. De prijsstickertjes van beide aankopen heb ik op een van de poten van mijn bureau geplakt. Die van Nietzsche liet al gauw los, maar Salinger zit er nog steeds. Ik denk omdat de ene een onleesbaar kutboek bleek, en de ander een van de meest indrukwekkende die ik tot nog toe gelezen heb.

Walrus  8 3

(fragment uit 'Heilig Solipsisme' van T.M. van der Zwan)


      We waren om acht uur ’s ochtends begonnen met zoeken. We moesten een drummer vinden die op ons leek, omdat wij ook al op elkaar leken. Mensen hebben altijd gedacht dat wij broers waren. Lang geleden zijn we dat zelf ook maar gaan geloven.

      -“Mensen moeten ons voor een drieling aanzien.” zei Bingo. Het was nu al bijna vijf uur en we hadden nog niemand gevonden. Het rondbanjeren door Tilburg begon mij aardig te vervelen, maar ik bleef mijn best doen. Ik wees telkens naar mensen, maar Bingo schreeuwde dat ze niet goed genoeg waren.

      -“Waarom hebben we nog niet bij muziekwinkels gekeken, Dries?” vroeg Bingo. Hij sprong om mij heen terwijl we de Stationsstraat afliepen in de richting van de spoorweg. Met de rug van zijn rechterhand petste hij constant in de palm van zijn linker, alsof hij mij bij de les wilde houden. De Stationsstraat leek in de regen alleen maar langer te worden.

      -“Wij zijn op zoek zijn naar een muzikant, en komen pas na tien uur op het idee om in een muziekwinkel te kijken. Ik vind dat heldhaftig.” zei Bingo met een ernstig gezicht. Hij had zijn capuchon over zijn hoofd getrokken, en keek zoals altijd als een bezetene.

      Toen we onder het spoor door liepen, gaf hij mij plotseling een stomp in mijn maag. Ik vloekte. “We moeten elkaar regelmatig slaan, Dries, daar worden we sterk van.” zei hij. “Wedden dat The Beatles elkaar gesloopt hebben? Dat moet nou eenmaal als je samen groot wil worden, neem dat maar van mij aan.” Ik geloofde Bingo wel, maar zag er geen nut in hem terug te slaan. Hij lachte als een hyena.

      Plotseling stond hij stil en zei: “Dries, jongen, ik heb honger. Ontzettend veel honger. Kom, we gaan wat eten.”

      -“Goed idee.” antwoordde ik.

      -“Nee, geen goed idee. Weet je waarom niet?”

      -“Nou…”

      -“Omdat we onszelf moeten uithongeren, Dries, daarom. We moeten onszelf uithongeren, want ook daar worden we sterk van.”

      Weer lachte hij hysterisch, en weer gaf hij mij een stomp, ditmaal op mijn schouder. Hij grijnsde breed. Een tel later tuurde hij weer ernstig de straat af. Soms dacht ik dat Bingo altijd op zoek was naar iets van levensbelang. (meer)

OOOOOOO! AAAAAAA! OEOEOEOE! AAAAAAA!  8 5


Achter de computer op school. Ik wil rustig mijn koffie drinken en Bukowski lezen, omdat ik mij de tering verveel, en dat liever samen met The Buk doe dan alleen. Plotseling beginnen verderop in de gang twee chicks allerlei vreemde klanken uit te kramen.

OOOOOOO!
AAAAAAA!
OEOEOEOE!
AAAAAAA!

Ze gebaren er met hun handen bij. Eerst denk ik dat ze gewoon krankzinnig zijn geworden. Dat gebeurt heel de dag door met mensen, dus het zou mij niet eens verbazen. Dan vraag ik mij af of ze misschien geil zijn, of dat ze eten willen. Alles is mogelijk. Maar opeens begrijp ik het: wat ik hoor zijn zangoefeningen. (meer)

Visioen  14 5


Ik ben een dier.

Ik achtervolg vier dorpsmeisjes. Door verlaten lentetuinen. Langs eeuwenoude kloostermuren.

Hier vind ik een schoentje, daar vind ik een hoedje.

Tussen het lover door zie ik hen voor mij uit huppelen. Alsmaar naakter, alsmaar schoner.

O die poezelige voetjes op het mos! Het zomerlicht staat overal rechtop in de vijvers. Mijn bloed is gevaarlijk nu. Met mijn armen sla ik de wilgentakken woest van mij af. Ik verscheur grommend de varens boven mijn pad.

Hier vind ik een jurkje, daar vind ik een bloesje.

Mijn prooien! Ik hoor hen giechelen in de bergen. Zij willen mij, maar niet zonder eerst hun spel te spelen. Mijn slapen kloppen van beroering. Mijn hart voelt schoon als nooit tevoren.

“Dit is het leven,” fluister ik voor mij uit, “hiervoor ben ik geboren.”

Solipsisme  9 1


Laat ons gaan, mijn vriend, mijn held, mijn broeder!

Wij zullen verse broden stelen op de markten, en vluchten door de warme stegen vol mensengedruis.

Laat ons gaan, en vanaf de stoffige trappen van kathedralen de stadsmeisjes nakijken. De nacht ten dans vragen, en op de muziek uit open lichtvensters weggevoerd worden, naar de velden, naar nieuwe dagen, naar tempels in orgelspelende wouden.

We moeten reizen. Waar is het grote vuur? Waar ligt de rechtvaardiging voor ons solipsisme?

Wij zullen rennen, mijn kameraad, mijn koning! Kinderen zijn wij nog, met onze broze eierschaalschedels, en ons vlees dat te zacht is voor vreemde klimaten. Wij moeten leren om held te zijn, dwaas te zijn, in leven te zijn!

Natuurlijk zal onze tabak naar thuis smaken. Natuurlijk zullen wij van de heimwee eens huilen, in stationsgalerijen onder de blauwe schemering. In onze vieze kleren, in onze bezeten dagdromen.

Maar er zullen treinen komen, er zal liefde zijn, en leven! Steden zullen branden aan de horizon! Wij zullen soldaten worden, in duizenden wereldoorlogen! Wij tegen de wereld! De wereld, mijn zoon, wil ons bloed. Laten wij het haar geven!